Ze zou nooit die dag vergeten. Die ene warme, zonnige dag dat Madelief met haar vriendje Patrick ging spelen en ze hem meenam naar de straat. In haar handjes hield ze een bal, bedoeld om mee te stoepranden. Patrick was haar beste vriendje. Elke ochtend stond ze vroeg aan zijn deur om hem mee op stap te nemen. Samen beleefden ze de leukste avonturen en hadden ze de grootste lol. De andere meisjes in de klas vonden het maar stom dat ze met een jongetje omging, maar Madelief trok zich er niets van aan. Patrick was veel leuker.
‘Kom, we gaan spelen,’ zei Madelief en ze trok Patrick aan zijn handje mee door de poort van zijn tuin. De weg lag vlak langs zijn huis.
‘Gaan we weer stoepranden?’ vroeg Patrick en hij huppelde over het pad waarbij hij sommige stenen oversloeg.
‘Ja,’ antwoordde Madelief en ze ging meedoen.
‘Ik heb daar geen zin aan,’ zei Patrick.
Madelief tuitte haar lippen en bleef staan. ‘Maar wat gaan we dan doen?’
‘Weet ik niet,’ antwoordde Patrick. Hij ging op de rand van de stoep zitten, met zijn voetjes op de straat.
Madelief nam naast hem plaats, legde de bal demonstratief naast haar neer en zuchtte. Ze keek naar haar schaduw die op de grijze straat pikzwart leek dankzij de felle zon.
‘Hé, ik weet wat,’ riep ze. ‘Laten we over onze schaduw heen springen!’ Madelief stond op.
‘Dat kan helemaal niet!’ riep Patrick.
‘Jawel, kijk maar,’ zei Madelief en ze begon te springen. Telkens hupste ze een stukje verder de straat op. Met haar ogen gericht op de vloer bleef ze naar de schaduw onder haar voetjes staren en probeerde eroverheen te springen. Het duurde wel heel lang. Maar opeens, toen ze de overkant bereikt had, verdween de schaduw. Voor haar stond een overkoepelende boom.
‘Zie je nou wel!’ riep ze en ze zwaaide naar Patrick die nog aan de andere kant van de weg stond. ‘Kom!’ riep ze.
‘Nee!’ riep Patrick terug en hij sloeg zijn armpjes over elkaar.
‘Je durft zeker niet, hè? Bangerik.’
‘Ik ben helemaal niet bang!’ Patrick stampte met zijn voeten. Toen sprong hij de weg op.
Maar er was geen schaduw meer. Getoeter, geschreeuw, een doffe bons. De motorkap was ingedeukt, de ruit aan diggelen.
Bloed vulde de straten en tranen rolden over de wangen van Madelief, toen ze besefte wat ze gedaan had.
Er was geen Patrick meer.
Showing posts with label kortverhaal. Show all posts
Showing posts with label kortverhaal. Show all posts
Thursday, June 13, 2013
creativiteit,
kort verhaal,
kortverhaal,
love2write,
NL,
ongeluk,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijfster,
schrijven,
schrijver,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
van der lee
0
comments
Kort Verhaal - Verloren schaduw
Tuesday, May 7, 2013
2013,
boek,
book,
Impact,
judge,
kort verhaal,
kortverhaal,
love2write,
NL,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijven,
schrijver,
sp,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
van der lee,
verhaal,
write now 2013,
writenow
0
comments
Kort verhaal - Impact
Felle stralen van de ochtendzon verlichtten de woonkamer en lieten het er levendiger lijken. Met haar hand voor haar ogen trok Daphne de gordijnen dicht en slofte naar de keuken om een bakje koffie te zetten. Ze wist dat de cafeïne niet zou helpen haar verschrikkelijke humeur van de afgelopen tijd te verbeteren, maar het was nu eenmaal een gewoonte. Zelfs het prachtige weer buiten irriteerde haar.
Terwijl het koffiezetapparaat pruttelde, sjokte ze terug naar de woonkamer en zette ze de televisie aan. Zoals gewoonlijk was er niets interessants op te zien. Ze verbaasde zich er niet meer over.
Valentijnscadeaus schoten voorbij in de reclames op het scherm, waardoor ze een brok in haar keel kreeg. Alles wat haar deed denken aan Richard kon ze even niet meer zien. Die walgelijke keuze van hem liet een smerige nasmaak achter. Waarom moest hij ook zo nodig moeilijk doen over kinderen? Waarom wilde hij ze zo graag? Hij wist dat Daphne totaal niet met die kleuters kon omgaan en toch bleef hij zeuren. Een paar dagen geleden was de maat vol. Weer een ruzie. Kleren gescheurd, borden gegooid, stoelen omver en zelfs de kat uit het raam. Gelukkig woonde ze op de begane grond. Nee, het was genoeg geweest. Gelukkig vertrok Richard meteen. Daphne was hem helemaal zat. Het interesseerde haar niet of hij nog terug zou komen.
In de keuken stond Daphne’s kat hongerig te mauwen. Ze liep weg bij de televisie en zette gelijk het koffiezetapparaat uit. Nadat ze de koffie in haar mok had geschonken, pakte ze de brokken. Ze zette het etensbakje op het aanrecht en de kat sprong omhoog. Terwijl de kat zijn staart onder haar kin en langs haar neus liet glijden, trok de televisie plotseling Daphne’s aandacht. De reguliere uitzending werd onderbroken voor een belangrijk bericht. Een man gekleed in een net pak verscheen op het scherm. Zijn blik serieus, doch angstig. Hij staarde naar Daphne, zo leek het, hoewel ze wist dat het maar een uitzending was. Toen hij zijn mond opendeed, kwam er een zin uit die ze nauwelijks kon geloven. Terwijl ze de brokken in de voerbak gooide, gaapte ze vol ongeloof naar het scherm. “We onderbreken dit programma voor een belangrijk bericht. De aarde zal binnen twaalf uur worden geraakt door een meteoriet.”
Het kattenvoer lag ondertussen op de keukentafel, in plaats van in de voerbak.
“De meteoriet, met een omvang van ongeveer tweehonderd kilometer, zal hoogst waarschijnlijk inslaan nabij Spanje.” Daphne zette de doos aan de kant en haastte zich naar de televisie. De man slikte en trok aan zijn kraag. “Ik herhaal, dit is geen grap. Velen van ons zullen het niet overleven.” Het zweet stond op zijn voorhoofd. “U wordt aangeraden geliefden op te zoeken. We zullen jullie voor zover mogelijk tot het laatste moment op de hoogte houden.” In zijn ogen zag Daphne de tranen al komen. Hij haalde zijn neus op. Daarna werd het scherm zwart en begon de uitzending opnieuw.
Met de afstandsbediening zapte Daphne langs alle kanalen. Overal zonden ze hetzelfde bericht uit. In het Engels, Duits, Frans en waarschijnlijk alle andere talen op kanalen die Daphne niet ontving. Allemaal met een andere presentator, maar ze zeiden hetzelfde. De wereld zou binnen twaalf uur vergaan.
Met trillende handen zette Daphne de televisie uit en strompelde ze naar de deur. De eeuwig ongenadige zon scheen op haar neer. Warm en schokkend realistisch, want waar zij stond zou het vuur ook branden. Buurmannen en buurvrouwen stroomden naar buiten. Allen keken naar elkaar met vragende blikken in hun ogen. Niemand zei iets, maar Daphne kon zien dat niemand wist wat te doen. Een enkeling begon te krijsen, een ander te jammeren. Daphne’s buurvrouw van links barstte in janken uit, terwijl ze naar Daphne rende en haar omarmde. De vrouw klemde haar vast en kneep haar bijna fijn. Daphne kon niet anders dan daar alleen maar staan en de angst van de vrouw te aanvaarden. Wat moest ze nu doen? Starend naar de mensen die zich geen raad wisten, vergat ze zichzelf en haar eigen gevoel. Wat ze moest voelen, wist ze niet.
Daphne duwde de vrouw van haar af en dwaalde door de straten. Hoe lang deed er niet toe. De tijd leek niets meer te betekenen. Ze voelde zich leeg, alsof ze was vervangen door een lappenpop zonder vulling. Emotieloos en hol van binnen.
Terwijl de dag vorderde, werd het op straat een chaos. Mensen gilden en smeten met voorwerpen, anderen beroofden winkels en gingen met elkaar op de vuist. In sommige huizen zaten mensen samen om de salontafel. Ze knuffelden elkaar of genoten van een laatste maaltijd. Wat cliché en toch zo toepasselijk, dacht Daphne. Een laatste maaltijd zoals in de geschriften. Ze zag een hoop tijdens haar laatste dag. Maar wat moest zij dan doen? Ze voelde zich nergens thuis. Niet tussen de herrieschoppers, noch bij de gezellige gezinnetjes. Althans, dat van haar had ze verbannen. Ze had Richard al een paar dagen niet meer gezien. Het laatste wat ze tegen hem had gezegd, was dat ze hem een klootzak vond.
Al die uren die al voorbij waren gegaan, die ze al verspild had met ronddwalen zonder doel, waren voor niets geweest. De tijd kon ze niet meer terugkrijgen. Ze had achter Richard aan kunnen gaan, hem nog een keer zien, maar ze was te stom geweest om dat eerder in te zien. Daphne’s hart klopte steeds sneller. Ze kon het hier niet bij laten zitten. Zo mocht het niet eindigen.
Ze opende haar telefoon en belde hem, maar hij ging niet eens over. Panisch zocht ze de laatste SMS van Richard op, die ene waarin hij schreef waar hij verbleef. Ze rende zo hard ze kon. Harder dan haar longen en haar lijf aankonden. Waarom hadden ze ruzie gehad over zoiets? Ze hielden van elkaar. Kinderen of geen kinderen, het zou niet uit moeten maken. Ze kon altijd wel leren haar kinderen te begrijpen en ze leuk te vinden. Richard was het waard. Ze hield van hem. Ze had altijd van hem gehouden en dat zou niet veranderen, hoe erg ze zich ook aan hem ergerde. Hij was de enige die ze nog had.
Zo snel mogelijk rende ze naar een fiets die geparkeerd stond in de achtertuin van een huis. Gelukkig was hij niet op slot gedaan. Ze sprong erop en racete over de weg, terwijl de lucht boven haar steeds donkerder werd. Richard was in een stad niet ver bij haar vandaan. De rivier kwam in zicht. Ondertussen regende het steeds harder, maar het weer zou haar niet tegenhouden. Ze hoefde alleen die rivier over en een paar straten door… de rivier. Hoe moest ze de rivier oversteken? Er waren nu geen veerboten om de overgang te regelen. Ieder mens met een greintje verstand had zijn werk neergelegd nu geld niet meer uitmaakte – het zou toch verdwijnen. Net als zij. Dé laatste dag. En de tijd die het kostte om een brug te vinden was langer dan de tijd die ze nog had.
Maar ze moest het proberen.
Huilend fietste ze verder over de onverharde weg, langs de treurende bomen en de flikkerende lampen. De weinige huizen aan de straat werden verlicht met kaarsen of een haard. De klok die binnen bij één van hen duidelijk zichtbaar was, gaf drie minuten voor tijd aan. De twaalf uren waren bijna voorbij.
Daphne struikelde van haar fiets en zakte neer op de weg. Ze staarde naar de mensen achter de ramen. Hun geluk met elkaar kon zelfs door een meteoriet niet worden bedorven, al leken ze wel angstig. Druppels spatten op de ramen. Ritmisch kletterden ze neer als perfect op elkaar afgestemde instrumenten in een orkest.
Daphne krijste en sloeg met haar vuisten op de modderige grond waardoor het op haar gezicht spatte. Doorweekt en koud haalde ze haar mobieltje uit haar zak en belde Richard. Eindelijk nam hij op.
‘Blijf bij me! Ik houd van je. Ik houd van je, Richard!’
‘Ik ook van jou. Dat is nooit anders geweest.’ De wijzers van de klok in het huis gleden langzaam vooruit. Hun beweging betekende het einde van de mens. Hoe destructief die laatste minuut kon voelen, had Daphne nooit beseft.
Daphne barstte in snotteren uit. ‘Ik probeerde nog naar je toe te komen, maar het is te laat. Het is te laat! Ik wilde dat ik je kon zien.’ Er waren nog maar een paar seconden te gaan. ‘Ik wil niet dood!’
‘Over een paar seconden is het over. We voelen er vast niets van, rustig maar.’
Snikkend knikte ze, hoewel ze wist dat hij het niet zou zien. De laatste seconden tikten tergend langzaam voorbij. Richards woorden galmden door in haar hoofd. Hij beloofde het. Daphne sloot haar ogen. Ze wachtte op het immense, prachtige licht van de meteoriet die door de dampkring zou scheren en een wolk van gas achter zich zou laten. Ze wachtte op het vuur dat haar in één keer zou verbranden tot as.
Maar het kwam niet.
Seconden, nee, minuten gingen voorbij, terwijl ze daar met haar hoofd in haar handen op de grond lag. Ze hief haar gezicht op en tuurde naar de lucht, maar er gebeurde niets. Er was geen licht, geen vuur. Helemaal niets.
Langzaam kwam ze overeind en gluurde ze door het raam van het huis. De televisie stond aan en ze kon erop vaag de omtrekken van een man zien. Ze sloop dichterbij en staarde door het raam. De mensen binnen keken niet eens naar haar om. In de uitzending was een man gekleed in zwart, maar anders dan de eerste. Deze droeg een Guy Fawkes masker; een gezicht verborgen achter een gekrulde snor en een wrede glimlach. De ondertiteling verraadde zijn verhaal. Daphne duwde zichzelf zo dicht mogelijk tegen het raam om het volledige verhaal te kunnen lezen.
‘De meteorietinslag gebeurt niet. Hij is nooit gebeurd en zal niet gebeuren. Hij is een leugen. Hij is Fictie. Wij hebben jullie wakker geschud. De samenleving moet beseffen wat echt belangrijk is. Wees gewaarschuwd. Wij zijn Anonymous en wij hebben jullie astronomiecentra en nieuwsstations gehackt om informatie over de meteorietinslag door te geven. Wij zijn Anonymous. Wij zijn een legioen. Wij vergeven niet. Wij vergeten niet. Verwacht ons.’ De vrouw die op de bank naar de uitzending zat te kijken, zakte in elkaar.
Daphne baande zich een weg door de mensenmassa die zich op de straten had verzameld. Iedereen schreeuwde naar elkaar en er heerste nog steeds chaos, maar Daphne deed er niet aan mee. Zij had maar één doel. De brug had ze al een uur geleden overgestoken. Richards huis was nu slechts een paar meter verderop en niets kon haar nog tegenhouden. De dreiging van een meteoriet had haar zwak gemaakt, maar ze had zichzelf een paar minuten geleden beloofd nooit meer zoiets te voelen. De irritaties, de ruzies en die arme kat. Vanaf nu zou het verleden tijd zijn. Alles zou weer goedkomen. Daphne had weer hoop voor de toekomst.
Ze rende de straat door naar zijn deur en drukte op de bel. Op datzelfde moment deed Richard open.
‘Het is uit,’ zei Daphne. ‘Voorgoed.’ Ze knikte, draaide zich om en liep met opgeheven hoofd weer weg.
Terwijl het koffiezetapparaat pruttelde, sjokte ze terug naar de woonkamer en zette ze de televisie aan. Zoals gewoonlijk was er niets interessants op te zien. Ze verbaasde zich er niet meer over.
Valentijnscadeaus schoten voorbij in de reclames op het scherm, waardoor ze een brok in haar keel kreeg. Alles wat haar deed denken aan Richard kon ze even niet meer zien. Die walgelijke keuze van hem liet een smerige nasmaak achter. Waarom moest hij ook zo nodig moeilijk doen over kinderen? Waarom wilde hij ze zo graag? Hij wist dat Daphne totaal niet met die kleuters kon omgaan en toch bleef hij zeuren. Een paar dagen geleden was de maat vol. Weer een ruzie. Kleren gescheurd, borden gegooid, stoelen omver en zelfs de kat uit het raam. Gelukkig woonde ze op de begane grond. Nee, het was genoeg geweest. Gelukkig vertrok Richard meteen. Daphne was hem helemaal zat. Het interesseerde haar niet of hij nog terug zou komen.
In de keuken stond Daphne’s kat hongerig te mauwen. Ze liep weg bij de televisie en zette gelijk het koffiezetapparaat uit. Nadat ze de koffie in haar mok had geschonken, pakte ze de brokken. Ze zette het etensbakje op het aanrecht en de kat sprong omhoog. Terwijl de kat zijn staart onder haar kin en langs haar neus liet glijden, trok de televisie plotseling Daphne’s aandacht. De reguliere uitzending werd onderbroken voor een belangrijk bericht. Een man gekleed in een net pak verscheen op het scherm. Zijn blik serieus, doch angstig. Hij staarde naar Daphne, zo leek het, hoewel ze wist dat het maar een uitzending was. Toen hij zijn mond opendeed, kwam er een zin uit die ze nauwelijks kon geloven. Terwijl ze de brokken in de voerbak gooide, gaapte ze vol ongeloof naar het scherm. “We onderbreken dit programma voor een belangrijk bericht. De aarde zal binnen twaalf uur worden geraakt door een meteoriet.”
Het kattenvoer lag ondertussen op de keukentafel, in plaats van in de voerbak.
“De meteoriet, met een omvang van ongeveer tweehonderd kilometer, zal hoogst waarschijnlijk inslaan nabij Spanje.” Daphne zette de doos aan de kant en haastte zich naar de televisie. De man slikte en trok aan zijn kraag. “Ik herhaal, dit is geen grap. Velen van ons zullen het niet overleven.” Het zweet stond op zijn voorhoofd. “U wordt aangeraden geliefden op te zoeken. We zullen jullie voor zover mogelijk tot het laatste moment op de hoogte houden.” In zijn ogen zag Daphne de tranen al komen. Hij haalde zijn neus op. Daarna werd het scherm zwart en begon de uitzending opnieuw.
Met de afstandsbediening zapte Daphne langs alle kanalen. Overal zonden ze hetzelfde bericht uit. In het Engels, Duits, Frans en waarschijnlijk alle andere talen op kanalen die Daphne niet ontving. Allemaal met een andere presentator, maar ze zeiden hetzelfde. De wereld zou binnen twaalf uur vergaan.
Met trillende handen zette Daphne de televisie uit en strompelde ze naar de deur. De eeuwig ongenadige zon scheen op haar neer. Warm en schokkend realistisch, want waar zij stond zou het vuur ook branden. Buurmannen en buurvrouwen stroomden naar buiten. Allen keken naar elkaar met vragende blikken in hun ogen. Niemand zei iets, maar Daphne kon zien dat niemand wist wat te doen. Een enkeling begon te krijsen, een ander te jammeren. Daphne’s buurvrouw van links barstte in janken uit, terwijl ze naar Daphne rende en haar omarmde. De vrouw klemde haar vast en kneep haar bijna fijn. Daphne kon niet anders dan daar alleen maar staan en de angst van de vrouw te aanvaarden. Wat moest ze nu doen? Starend naar de mensen die zich geen raad wisten, vergat ze zichzelf en haar eigen gevoel. Wat ze moest voelen, wist ze niet.
Daphne duwde de vrouw van haar af en dwaalde door de straten. Hoe lang deed er niet toe. De tijd leek niets meer te betekenen. Ze voelde zich leeg, alsof ze was vervangen door een lappenpop zonder vulling. Emotieloos en hol van binnen.
Terwijl de dag vorderde, werd het op straat een chaos. Mensen gilden en smeten met voorwerpen, anderen beroofden winkels en gingen met elkaar op de vuist. In sommige huizen zaten mensen samen om de salontafel. Ze knuffelden elkaar of genoten van een laatste maaltijd. Wat cliché en toch zo toepasselijk, dacht Daphne. Een laatste maaltijd zoals in de geschriften. Ze zag een hoop tijdens haar laatste dag. Maar wat moest zij dan doen? Ze voelde zich nergens thuis. Niet tussen de herrieschoppers, noch bij de gezellige gezinnetjes. Althans, dat van haar had ze verbannen. Ze had Richard al een paar dagen niet meer gezien. Het laatste wat ze tegen hem had gezegd, was dat ze hem een klootzak vond.
Al die uren die al voorbij waren gegaan, die ze al verspild had met ronddwalen zonder doel, waren voor niets geweest. De tijd kon ze niet meer terugkrijgen. Ze had achter Richard aan kunnen gaan, hem nog een keer zien, maar ze was te stom geweest om dat eerder in te zien. Daphne’s hart klopte steeds sneller. Ze kon het hier niet bij laten zitten. Zo mocht het niet eindigen.
Ze opende haar telefoon en belde hem, maar hij ging niet eens over. Panisch zocht ze de laatste SMS van Richard op, die ene waarin hij schreef waar hij verbleef. Ze rende zo hard ze kon. Harder dan haar longen en haar lijf aankonden. Waarom hadden ze ruzie gehad over zoiets? Ze hielden van elkaar. Kinderen of geen kinderen, het zou niet uit moeten maken. Ze kon altijd wel leren haar kinderen te begrijpen en ze leuk te vinden. Richard was het waard. Ze hield van hem. Ze had altijd van hem gehouden en dat zou niet veranderen, hoe erg ze zich ook aan hem ergerde. Hij was de enige die ze nog had.
Zo snel mogelijk rende ze naar een fiets die geparkeerd stond in de achtertuin van een huis. Gelukkig was hij niet op slot gedaan. Ze sprong erop en racete over de weg, terwijl de lucht boven haar steeds donkerder werd. Richard was in een stad niet ver bij haar vandaan. De rivier kwam in zicht. Ondertussen regende het steeds harder, maar het weer zou haar niet tegenhouden. Ze hoefde alleen die rivier over en een paar straten door… de rivier. Hoe moest ze de rivier oversteken? Er waren nu geen veerboten om de overgang te regelen. Ieder mens met een greintje verstand had zijn werk neergelegd nu geld niet meer uitmaakte – het zou toch verdwijnen. Net als zij. Dé laatste dag. En de tijd die het kostte om een brug te vinden was langer dan de tijd die ze nog had.
Maar ze moest het proberen.
Huilend fietste ze verder over de onverharde weg, langs de treurende bomen en de flikkerende lampen. De weinige huizen aan de straat werden verlicht met kaarsen of een haard. De klok die binnen bij één van hen duidelijk zichtbaar was, gaf drie minuten voor tijd aan. De twaalf uren waren bijna voorbij.
Daphne struikelde van haar fiets en zakte neer op de weg. Ze staarde naar de mensen achter de ramen. Hun geluk met elkaar kon zelfs door een meteoriet niet worden bedorven, al leken ze wel angstig. Druppels spatten op de ramen. Ritmisch kletterden ze neer als perfect op elkaar afgestemde instrumenten in een orkest.
Daphne krijste en sloeg met haar vuisten op de modderige grond waardoor het op haar gezicht spatte. Doorweekt en koud haalde ze haar mobieltje uit haar zak en belde Richard. Eindelijk nam hij op.
‘Blijf bij me! Ik houd van je. Ik houd van je, Richard!’
‘Ik ook van jou. Dat is nooit anders geweest.’ De wijzers van de klok in het huis gleden langzaam vooruit. Hun beweging betekende het einde van de mens. Hoe destructief die laatste minuut kon voelen, had Daphne nooit beseft.
Daphne barstte in snotteren uit. ‘Ik probeerde nog naar je toe te komen, maar het is te laat. Het is te laat! Ik wilde dat ik je kon zien.’ Er waren nog maar een paar seconden te gaan. ‘Ik wil niet dood!’
‘Over een paar seconden is het over. We voelen er vast niets van, rustig maar.’
Snikkend knikte ze, hoewel ze wist dat hij het niet zou zien. De laatste seconden tikten tergend langzaam voorbij. Richards woorden galmden door in haar hoofd. Hij beloofde het. Daphne sloot haar ogen. Ze wachtte op het immense, prachtige licht van de meteoriet die door de dampkring zou scheren en een wolk van gas achter zich zou laten. Ze wachtte op het vuur dat haar in één keer zou verbranden tot as.
Maar het kwam niet.
Seconden, nee, minuten gingen voorbij, terwijl ze daar met haar hoofd in haar handen op de grond lag. Ze hief haar gezicht op en tuurde naar de lucht, maar er gebeurde niets. Er was geen licht, geen vuur. Helemaal niets.
Langzaam kwam ze overeind en gluurde ze door het raam van het huis. De televisie stond aan en ze kon erop vaag de omtrekken van een man zien. Ze sloop dichterbij en staarde door het raam. De mensen binnen keken niet eens naar haar om. In de uitzending was een man gekleed in zwart, maar anders dan de eerste. Deze droeg een Guy Fawkes masker; een gezicht verborgen achter een gekrulde snor en een wrede glimlach. De ondertiteling verraadde zijn verhaal. Daphne duwde zichzelf zo dicht mogelijk tegen het raam om het volledige verhaal te kunnen lezen.
‘De meteorietinslag gebeurt niet. Hij is nooit gebeurd en zal niet gebeuren. Hij is een leugen. Hij is Fictie. Wij hebben jullie wakker geschud. De samenleving moet beseffen wat echt belangrijk is. Wees gewaarschuwd. Wij zijn Anonymous en wij hebben jullie astronomiecentra en nieuwsstations gehackt om informatie over de meteorietinslag door te geven. Wij zijn Anonymous. Wij zijn een legioen. Wij vergeven niet. Wij vergeten niet. Verwacht ons.’ De vrouw die op de bank naar de uitzending zat te kijken, zakte in elkaar.
Daphne baande zich een weg door de mensenmassa die zich op de straten had verzameld. Iedereen schreeuwde naar elkaar en er heerste nog steeds chaos, maar Daphne deed er niet aan mee. Zij had maar één doel. De brug had ze al een uur geleden overgestoken. Richards huis was nu slechts een paar meter verderop en niets kon haar nog tegenhouden. De dreiging van een meteoriet had haar zwak gemaakt, maar ze had zichzelf een paar minuten geleden beloofd nooit meer zoiets te voelen. De irritaties, de ruzies en die arme kat. Vanaf nu zou het verleden tijd zijn. Alles zou weer goedkomen. Daphne had weer hoop voor de toekomst.
Ze rende de straat door naar zijn deur en drukte op de bel. Op datzelfde moment deed Richard open.
‘Het is uit,’ zei Daphne. ‘Voorgoed.’ Ze knikte, draaide zich om en liep met opgeheven hoofd weer weg.
Wednesday, March 20, 2013
drama,
kort verhaal,
kortverhaal,
Levensverzekering,
love2write,
NL,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijfster,
schrijven,
schrijver,
sp,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
thriller,
van der lee,
write,
writer
0
comments
Kort verhaal - Levensverzekering
Mijn adem stokte. Daar stond hij, recht voor me. Zielsveel hield ik
van hem, al die jaren dat hij bij mij was gebleven. Mijn lippen vormden
moeizaam een glimlach, terwijl ik in zijn ogen staarde.
Wat was de tijd toch snel voorbij gegaan. Ik kon me nog herinneren dat ik hem voor het eerst zag bij de groentekraam. Hij zag er zo knap uit en sprak me charmant aan met zijn zware stem. Ik was als een blok voor hem gevallen. Zijn versiertrucjes werkten goed bij mij, al had ik nooit gedacht dat ik daar ooit in zou trappen. Hij was de eerste die dat voor elkaar kreeg.
Ik keek naar hem, terwijl ik me warm voelde van binnen. Kil en emotieloos keek hij me aan. Hij staarde wat wel leek tot diep in mijn ziel. Hield hij nog van me? Ik zou het nooit opgeven, dat had ik mezelf beloofd. Zelfs nu niet.
Ik kon me de dag dat we voor het eerst ruzie hadden nog goed herinneren. Dat was in mijn favoriete restaurant, waar hij me verkering had gevraagd. Ik had zulke goede herinneringen aan die plek, maar toen moest hij zo nodig flirten met de barmeid. Lag het aan mij? Werd ik te oud? Was ik niet leuk meer? Nu zag ik dat het uiteindelijk nooit mijn schuld kon zijn geweest. Dit niet.
De uitdrukking op zijn gezicht bleef eentonig en strak, alsof er niets was gebeurd. Ik wierp een blik op zijn linkerhand. Stevig hield hij een papieren bundel vast, die mijn aandacht trok. Was het allemaal daarvoor geweest? Ik voelde dat ik erom moest lachen, maar mijn mond wilde niet open. Ik kon niet eens een geluid uitbrengen. De gedachtes aan hem en alles wat we hadden meegemaakt, zwierven door mijn hoofd.
Net voordat dit alles gebeurde, had ik in de keuken gestaan. Ik was een taart aan het bakken, omdat hij had gebeld en zei dat hij me iets moest vertellen. Ik dacht dat hij promotie had gemaakt. Hij verdiende nog niet zoveel met dat baantje en hij zat al dagen erover na te denken om opslag te vragen, dus ik dacht dat het eindelijk zover was. Wat was ik stom geweest.
Het maakte nu allemaal niets meer uit. Alle herinneringen die ik aan hem had waren vals, alles was een leugen. Van binnen voelde ik dat ik het steeds kouder begon te krijgen. De warmte vloeide weg uit mijn vingers en mijn tenen. Met zijn kille blik staarde hij me nog even ernstig aan. Voelde hij dan helemaal niets? Hoe kon hij dit doen? Zo had ik hem nooit gekend. Had ik het niet moeten weten? Hoe kon ik…hij had nooit iets laten doorschemeren. Het was niet mijn schuld.
Mijn blik werd wazig, dus ik sloot mijn ogen. Mijn leven was voor me voorbij geschoten, het leek wel een film, die zich afspeelde in mijn hoofd. Langzaam voelde ik de zwaartekracht die aan mijn hoofd trok. De aarde onttrok zich aan mijn voeten en ik voelde dat ik me in het luchtledige bevond. Alles gebeurde vertraagd terwijl ik met een harde smak op de vloer terecht kwam.
Met het kleine beetje kracht dat zich nog in me bevond opende ik mijn ogen weer en zag hem boven me uit torenen. Een donkergrijs metalen voorwerp hield hij op me gericht. Toen knielde hij voor me en liet het papier zien. Wat erop stond deed me schrikken, maar het deed er nu allemaal niet meer toe. Mijn tranen vloeiden volop en ik hoopte dat hij het zou zien, want ik had van hem gehouden. Ik zag hem over me heen stappen. Terwijl hij naar de deur liep, zag ik rode vloeistof onder me uit stromen. Ik kon geen woord meer uitbrengen, ook al had ik hem nog graag willen vertellen wat hij voor mij had betekend. Zo zou hij nooit vergeten, hoe hij mij hier achterliet, de vrouw die van hem hield. Toen ik mijn ogen voor de laatste keer sloot, galmden de woorden die op het papier hadden gestaan nog één keer door mijn hoofd. “Levensverzekering”.
Meer korte verhalen lezen!
Wat was de tijd toch snel voorbij gegaan. Ik kon me nog herinneren dat ik hem voor het eerst zag bij de groentekraam. Hij zag er zo knap uit en sprak me charmant aan met zijn zware stem. Ik was als een blok voor hem gevallen. Zijn versiertrucjes werkten goed bij mij, al had ik nooit gedacht dat ik daar ooit in zou trappen. Hij was de eerste die dat voor elkaar kreeg.
Ik keek naar hem, terwijl ik me warm voelde van binnen. Kil en emotieloos keek hij me aan. Hij staarde wat wel leek tot diep in mijn ziel. Hield hij nog van me? Ik zou het nooit opgeven, dat had ik mezelf beloofd. Zelfs nu niet.
Ik kon me de dag dat we voor het eerst ruzie hadden nog goed herinneren. Dat was in mijn favoriete restaurant, waar hij me verkering had gevraagd. Ik had zulke goede herinneringen aan die plek, maar toen moest hij zo nodig flirten met de barmeid. Lag het aan mij? Werd ik te oud? Was ik niet leuk meer? Nu zag ik dat het uiteindelijk nooit mijn schuld kon zijn geweest. Dit niet.
De uitdrukking op zijn gezicht bleef eentonig en strak, alsof er niets was gebeurd. Ik wierp een blik op zijn linkerhand. Stevig hield hij een papieren bundel vast, die mijn aandacht trok. Was het allemaal daarvoor geweest? Ik voelde dat ik erom moest lachen, maar mijn mond wilde niet open. Ik kon niet eens een geluid uitbrengen. De gedachtes aan hem en alles wat we hadden meegemaakt, zwierven door mijn hoofd.
Net voordat dit alles gebeurde, had ik in de keuken gestaan. Ik was een taart aan het bakken, omdat hij had gebeld en zei dat hij me iets moest vertellen. Ik dacht dat hij promotie had gemaakt. Hij verdiende nog niet zoveel met dat baantje en hij zat al dagen erover na te denken om opslag te vragen, dus ik dacht dat het eindelijk zover was. Wat was ik stom geweest.
Het maakte nu allemaal niets meer uit. Alle herinneringen die ik aan hem had waren vals, alles was een leugen. Van binnen voelde ik dat ik het steeds kouder begon te krijgen. De warmte vloeide weg uit mijn vingers en mijn tenen. Met zijn kille blik staarde hij me nog even ernstig aan. Voelde hij dan helemaal niets? Hoe kon hij dit doen? Zo had ik hem nooit gekend. Had ik het niet moeten weten? Hoe kon ik…hij had nooit iets laten doorschemeren. Het was niet mijn schuld.
Mijn blik werd wazig, dus ik sloot mijn ogen. Mijn leven was voor me voorbij geschoten, het leek wel een film, die zich afspeelde in mijn hoofd. Langzaam voelde ik de zwaartekracht die aan mijn hoofd trok. De aarde onttrok zich aan mijn voeten en ik voelde dat ik me in het luchtledige bevond. Alles gebeurde vertraagd terwijl ik met een harde smak op de vloer terecht kwam.
Met het kleine beetje kracht dat zich nog in me bevond opende ik mijn ogen weer en zag hem boven me uit torenen. Een donkergrijs metalen voorwerp hield hij op me gericht. Toen knielde hij voor me en liet het papier zien. Wat erop stond deed me schrikken, maar het deed er nu allemaal niet meer toe. Mijn tranen vloeiden volop en ik hoopte dat hij het zou zien, want ik had van hem gehouden. Ik zag hem over me heen stappen. Terwijl hij naar de deur liep, zag ik rode vloeistof onder me uit stromen. Ik kon geen woord meer uitbrengen, ook al had ik hem nog graag willen vertellen wat hij voor mij had betekend. Zo zou hij nooit vergeten, hoe hij mij hier achterliet, de vrouw die van hem hield. Toen ik mijn ogen voor de laatste keer sloot, galmden de woorden die op het papier hadden gestaan nog één keer door mijn hoofd. “Levensverzekering”.
Meer korte verhalen lezen!
Wednesday, March 6, 2013
Bericht,
humor,
kort verhaal,
kortverhaal,
love2write,
NL,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijfster,
schrijven,
schrijver,
sp,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
van der lee,
verhaal,
wedstrijd,
write,
writer,
writing
0
comments
Kort Verhaal - Bericht
Mijn telefoon trilt in mijn broekzak. Ik haal hem eruit en bekijk het zojuist binnengekomen bericht.
‘O – mijn – god,’ zeg ik tegen mezelf. Het is een e-mail van de uitgeverij waar ik twee maanden geleden mijn manuscript naar heb opgestuurd. Ik open heimelijk het mailtje en lees de inhoud. Mijn hart begint sneller te bonken. Mijn ogen gaan schichtig van links naar rechts terwijl ik de tekst analyseer. Ik kan niet geloven wat hier staat.
Zo snel als ik kan ga ik naar de voordeur en ruk hem open. Ik ren de straat op en blijf midden op straat staan. ‘Mijn boek wordt uitgegeven!’ gil ik. Een aantal mensen om me heen kijken me met een frons aan, anderen glimlachen naar me, maar lopen gewoon door. Ik zie er vast als een malloot uit, maar het interesseert me niets. Mijn eeuwige wens gaat in vervulling. Ik zal straks een echte auteur zijn.
Ik ren weer naar binnen en sla de deur achter me dicht. Met mijn mobiel nog in mijn hand, sjees ik de trap op naar mijn werkkamer om daar achter de computer te kruipen. Ik ram zo hard op het toetsenbord, dat ik bijna denk dat de toetsen eruit zullen vallen, maar ze zijn het gewend. Ik typ hier elke dag.
Dit nieuws deel ik gelijk met al mijn vrienden en familie. Ik zet het op elke website en email het naar iedereen die ik ken. Daarna stuur ik de uitgeverij een email terug. Daar moet ik even op broeden, want ik heb geen idee wat ik eigenlijk wil zeggen. Het enige dat in me opkomt is: “YES!”. Maar dat is natuurlijk niet zo’n professioneel antwoord.
Terwijl ik typ, rinkelt mijn telefoon. Ik wip kort omhoog van de schrik en stoot er een pot pennen mee van de tafel.
‘Ja?’ vraag ik aarzelend, terwijl ik de pennen van de vloer af raap, me niet realiserend dat ik ben vergeten mijn naam te vertellen.
‘Is dit mevrouw Klodder?’
‘Ja, ja, dat ben ik,’ zeg ik met een gekunsteld lachje.
‘Fantastisch. Ik ben van Koender en Smits Uitgeverij. Ik heb u eindelijk aan de lijn. Ik bel al de hele ochtend.’
‘O, ja? Ik heb niets gehoord.’
‘Misschien had u het geluid uitstaan. Ik bel over uw manuscript. Ik weet dat we u net een mailtje hebben gestuurd, maar eigenlijk wil de uitgever u direct spreken. Bent u morgen beschikbaar voor een afspraak? Dan kunnen we gelijk de overeenkomst doornemen.’
‘Wat?’ Mijn stem fluctueert in toonhoogte. Ik schraap mijn keel. ‘Meent u dat?’ Ik leun achterover op mijn stoel.
‘Ja, hij was zo enthousiast over uw manuscript. Hij zegt dat het een echte kaskraker gaat worden en hij kan niet wachten om met u in zee te gaan.’
‘Wa –’ Ik verlies mijn balans en terwijl ik mijn ogen dichtknijp, val ik met de stoel keihard achterover op de vloer. ‘Au!’
Als ik mijn ogen weer open doe, lig ik nog steeds op de vloer, maar de stoel is verdwenen. Over me heen ligt een deken en mijn hoofd bonkt. Ik duw mezelf omhoog met mijn ellebogen en zie dan dat mijn benen omhoog liggen. Ik lig nog half in bed en ben er met mijn bovenlichaam uit gedonderd. Ik help mezelf overeind en gooi de deken van me af. Nou, mooie droom was dat. Te goed om waar te zijn. Waarom heb ik dat altijd?
Ik wrijf over mijn pijnlijke bult, rek me uit en gaap een keertje, voor ik mijn sloffen aantrek en mijn slaapkamer uit strompel. Ik loop naar mijn werkkamer en klik op het knopje van mijn computer. Al gapend wacht ik hij klaar is met opstarten en bekijk mijn inbox. Nul gemiste berichten. Dat dacht ik al.
Ik zet hem weer uit en loop de trap af. Schuifelend over de vloer ga ik naar de keuken en zet ik voor mezelf een flinke bak koffie. Miauw, mijn kat, praat alweer veelvuldig met me, vandaar zijn naam. Ik sjok naar de voordeur om hem naar buiten te laten en wanneer ik de deur weer dichtdoe, blijft mijn blik hangen op iets nieuws. Ik knipper een paar keer en staar ernaar met een open mond. In mijn brievenbus zit een envelop met daarop het embleem van Koender en Smits Uitgeverij. Misschien dat mijn eeuwige wens toch nog in vervulling gaat.
Thursday, January 31, 2013
boek,
book,
humor,
kort verhaal,
kortverhaal,
love2write,
NL,
Ongewenste Intimiteit,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijfster,
schrijven,
schrijver,
sp,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
van der lee,
verhaal,
wedstrijd
0
comments
Kort Verhaal - Ongewenste intimiteit
De baby blijft huilen. Hilde haalt Rick uit zijn wiegje en zet hem in de kinderstoel.
‘Stil maar,’ zegt ze, terwijl ze zijn slabbetje omdoet. Ze loopt naar de magnetron en haalt het potje warme babyvoeding eruit. Even proeft ze of het de juiste temperatuur heeft, daarna pakt ze een lepel en loopt terug naar Rick.
‘Mama, ik verveel me,’ zegt Wendy die zit te wiebelen in haar stoel.
Hilde zucht en zet het potje op tafel, terwijl de baby weer begint te jammeren. Ze loopt naar de kast, haalt er een rode én een groene stift uit en een A4tje.
‘Hier, ga maar tekenen,’ zegt Hilde. ‘Mama is nu even druk.’
Wendy haalt haar schouders op en loopt naar de koffietafel.
Het is voor Hilde niet gemakkelijk. Sinds ze pleegouder van baby Rick is geworden, heeft ze geen tijd meer voor zichzelf. De klusjes blijven liggen, haar biologische dochter Wendy krijgt niet genoeg aandacht en Rick moet altijd worden verzorgd. Haar man Tom is nog op zijn werk en kan haar onmogelijk helpen.
Hilde pakt het potje babyvoedsel en voert de baby hap voor hap. Alles komt onder te zitten. Gelukkig is Wendy nu bezig, dus heeft Hilde wel even tijd om het op te ruimen. Nadat ze Rick in de babybox heeft gezet, veegt ze met een doekje langs de tafel. Haar rug doet nu al pijn, maar er is nog veel te doen. Tijd om te dweilen.
Ze pakt de mop, vult een bak met water en gooit er schoonmaakmiddel bij. Eerst Wendy’s kamer maar, want die heeft Hilde vanmorgen nog opgeruimd. Als ze eenmaal begonnen is, staat Wendy plotseling achter haar.
‘Mama, kijk eens! Mooi, hè?’ Ze laat de tekening aan Hilde zien.
‘Ja, mooi hoor. Hang maar aan de koelkast,’ zegt Hilde. Na nog geen tien seconden is Wendy alweer terug.
‘Mama, maar wat moet ik nu doen?’
‘Zoek maar wat om te spelen,’ antwoordt Hilde. Ze heeft het eigenlijk veel te druk om Wendy te vermaken en alles kost zo ongelooflijk veel tijd.
Wendy wil naar voren lopen, haar kamer in, maar Hilde houdt haar tegen. ‘Nee, dat kan niet. Mama is nu aan het dweilen. Er mag niet in je kamer worden gelopen.’
Wendy kijkt sip.
‘Nou, ga maar naar mijn kamer dan. Ga daar maar even spelen.’ Hilde ziet Wendy’s gezichtje gelijk opfleuren. Misschien dat het haar even bezig houdt. Hilde dweilt ondertussen Wendy’s kamer.
‘Schat, ik ben thuis!’ roept een stem. Het is Tom. Eindelijk is hij thuis. Gelukkig nog op tijd ook, want zo meteen komt de maatschappelijk werkster om te kijken hoe het met Rick gaat.
‘Fijn,’ roept Hilde. Op dat moment wordt er aangebeld.‘O, schat, wil jij even open doen?’ Hilde probeert zo snel mogelijk alle rommel van het dweilen op te ruimen. Het moet er zo schoon mogelijk uit zien.
‘Goedemiddag.’ Hoort Hilde iemand zeggen. Ze fatsoeneert haar haren en trekt haar kleding recht. Dan loopt ze naar de woonkamer.
‘Hallo,’ zegt Hilde en ze stelt zich voor. ‘Gaat u zitten.’
‘Wilt u een bakje koffie?’ vraagt Tom ondertussen.
‘Nee, dank u,’ zegt de medewerkster. Hilde komt tegenover haar op de bank zitten, terwijl Tom wat koffie voor zichzelf maakt.
‘En, hoe gaat het met de baby?’ vraagt de vrouw.
‘Ja, goed. Niets bijzonders,’ zegt Hilde met een gekunsteld lachje. De vrouw stelt hen meerdere vragen over het huishouden en de baby. Telkens als Hilde of Tom antwoord geven, knikt de vrouw alleen maar en maakt geluidjes die voor Hilde niet goed noch slecht klinken. Ondertussen schrijft de vrouw van alles op haar formulier.
‘En hoe gaat het met Wendy? Kan ze goed overweg met de veranderingen?’ vraagt ze.
Hilde was helemaal vergeten dat Wendy in hun slaapkamer aan het spelen was.
Opeens wordt het gezicht van de vrouw bleek en worden haar pupillen groot. Ze laat een pen uit haar hand vallen. De koffie die Tom aan het drinken was, giet hij, in plaats van in zijn mond, plompverloren over zijn shirt van schrik.
Wendy is net de kamer uitgelopen en vraagt: ‘Mama, wat is dit? Het lag onder je bed.’
In haar handen houdt ze met rode veertjes en zachte stof bekleedde handboeien.
Nog meer leuke verhalen lezen? Kijk dan hier: Lijst met berichten
‘Stil maar,’ zegt ze, terwijl ze zijn slabbetje omdoet. Ze loopt naar de magnetron en haalt het potje warme babyvoeding eruit. Even proeft ze of het de juiste temperatuur heeft, daarna pakt ze een lepel en loopt terug naar Rick.
‘Mama, ik verveel me,’ zegt Wendy die zit te wiebelen in haar stoel.
Hilde zucht en zet het potje op tafel, terwijl de baby weer begint te jammeren. Ze loopt naar de kast, haalt er een rode én een groene stift uit en een A4tje.
‘Hier, ga maar tekenen,’ zegt Hilde. ‘Mama is nu even druk.’
Wendy haalt haar schouders op en loopt naar de koffietafel.
Het is voor Hilde niet gemakkelijk. Sinds ze pleegouder van baby Rick is geworden, heeft ze geen tijd meer voor zichzelf. De klusjes blijven liggen, haar biologische dochter Wendy krijgt niet genoeg aandacht en Rick moet altijd worden verzorgd. Haar man Tom is nog op zijn werk en kan haar onmogelijk helpen.
Hilde pakt het potje babyvoedsel en voert de baby hap voor hap. Alles komt onder te zitten. Gelukkig is Wendy nu bezig, dus heeft Hilde wel even tijd om het op te ruimen. Nadat ze Rick in de babybox heeft gezet, veegt ze met een doekje langs de tafel. Haar rug doet nu al pijn, maar er is nog veel te doen. Tijd om te dweilen.
Ze pakt de mop, vult een bak met water en gooit er schoonmaakmiddel bij. Eerst Wendy’s kamer maar, want die heeft Hilde vanmorgen nog opgeruimd. Als ze eenmaal begonnen is, staat Wendy plotseling achter haar.
‘Mama, kijk eens! Mooi, hè?’ Ze laat de tekening aan Hilde zien.
‘Ja, mooi hoor. Hang maar aan de koelkast,’ zegt Hilde. Na nog geen tien seconden is Wendy alweer terug.
‘Mama, maar wat moet ik nu doen?’
‘Zoek maar wat om te spelen,’ antwoordt Hilde. Ze heeft het eigenlijk veel te druk om Wendy te vermaken en alles kost zo ongelooflijk veel tijd.
Wendy wil naar voren lopen, haar kamer in, maar Hilde houdt haar tegen. ‘Nee, dat kan niet. Mama is nu aan het dweilen. Er mag niet in je kamer worden gelopen.’
Wendy kijkt sip.
‘Nou, ga maar naar mijn kamer dan. Ga daar maar even spelen.’ Hilde ziet Wendy’s gezichtje gelijk opfleuren. Misschien dat het haar even bezig houdt. Hilde dweilt ondertussen Wendy’s kamer.
‘Schat, ik ben thuis!’ roept een stem. Het is Tom. Eindelijk is hij thuis. Gelukkig nog op tijd ook, want zo meteen komt de maatschappelijk werkster om te kijken hoe het met Rick gaat.
‘Fijn,’ roept Hilde. Op dat moment wordt er aangebeld.‘O, schat, wil jij even open doen?’ Hilde probeert zo snel mogelijk alle rommel van het dweilen op te ruimen. Het moet er zo schoon mogelijk uit zien.
‘Goedemiddag.’ Hoort Hilde iemand zeggen. Ze fatsoeneert haar haren en trekt haar kleding recht. Dan loopt ze naar de woonkamer.
‘Hallo,’ zegt Hilde en ze stelt zich voor. ‘Gaat u zitten.’
‘Wilt u een bakje koffie?’ vraagt Tom ondertussen.
‘Nee, dank u,’ zegt de medewerkster. Hilde komt tegenover haar op de bank zitten, terwijl Tom wat koffie voor zichzelf maakt.
‘En, hoe gaat het met de baby?’ vraagt de vrouw.
‘Ja, goed. Niets bijzonders,’ zegt Hilde met een gekunsteld lachje. De vrouw stelt hen meerdere vragen over het huishouden en de baby. Telkens als Hilde of Tom antwoord geven, knikt de vrouw alleen maar en maakt geluidjes die voor Hilde niet goed noch slecht klinken. Ondertussen schrijft de vrouw van alles op haar formulier.
‘En hoe gaat het met Wendy? Kan ze goed overweg met de veranderingen?’ vraagt ze.
Hilde was helemaal vergeten dat Wendy in hun slaapkamer aan het spelen was.
Opeens wordt het gezicht van de vrouw bleek en worden haar pupillen groot. Ze laat een pen uit haar hand vallen. De koffie die Tom aan het drinken was, giet hij, in plaats van in zijn mond, plompverloren over zijn shirt van schrik.
Wendy is net de kamer uitgelopen en vraagt: ‘Mama, wat is dit? Het lag onder je bed.’
In haar handen houdt ze met rode veertjes en zachte stof bekleedde handboeien.
Nog meer leuke verhalen lezen? Kijk dan hier: Lijst met berichten
Thursday, November 29, 2012
bus,
humor,
kort verhaal,
kortverhaal,
kudde,
love2write,
NL,
S.P.,
S.P. van der Lee,
safari,
school,
schrijfster,
schrijven,
sp,
spvanderlee,
stormloop,
studenten,
suzanne van der lee,
van der lee,
verhaal
0
comments
Kort Verhaal - Stormloop van de kuddestudenten [NL]
Studenten. Het is een apart volk. Hoewel ik er zelf ook deel
van uit maak, voel ik me niet als een “echte student”. Studenten hebben zo hun
eigenaardigheden, zoals de uitbundige feesten die ze organiseren op
doordeweekse dagen, dat ze drinken net na of zelfs tijdens schooltijd, overal
heel gemakkelijk over denken en bijna nooit goed met hun geld omgaan. De dingen die ik totaal niet bij mezelf herken. Dit soort dingen worden vaak door de rest
van de gemeenschap bestempeld als vreemd, bespottelijk, dom, noem maar op, maar
ze worden wel op een bepaald niveau “geaccepteerd”. Er is maar één ding waar
bijna iedereen, zelfs de studenten zelf, over struikelt: het forensgedrag van
de algemene student.
Studenten zijn natuurlijke forenzen, maar hoe ze zich daarin
gedragen is uitzonderlijk asociaal. Neem nou bijvoorbeeld de bus. Ik kom daar
in Utrecht station aangelopen, met ongeveer honderd andere studenten en probeer
een fatsoenlijke weg te vinden naar de bushalte. Ik ben, net als de rest, net
uit de trein gestapt en onderweg naar school. Het is een gedoe om van hot naar
her te komen. Bijna alles wat gebeurt, zorgt voor ophopende irritatie. De trein
die te laat komt, hutje mutje op elkaar zitten, trage roltrappen, een drukke
stationshal en dan ook nog een kapot wegdek, omdat ze aan het renoveren/bouwen
zijn.
Ja, en dan komt er ook nog een bus aan te pas. Die bus waar
alle studenten op staan te wachten. Die bus waar alle studenten in moeten,
waarmee ze op tijd of net te laat op school aankomen. Als ze niet in die ene
bus stappen, missen ze misschien net iets belangrijks en dat is niet goed voor
je resultaten. Díe bus. Ja, dat levert onderling vaak een strijd.
Daar komt hij dan hoor. Iedereen ziet hem rijden. Hij rijdt
van rechts naar links in een rondje om vervolgens weer aan te komen bij onze
bushokjes. De hele kudde kijkt ernaar. Het is net alsof ze een soort
collectieve gedachte delen: “BUS! DAAR!”
De meute dringt zich aan elkaar op. Iedere student probeert
een plekje vooraan te bemachtigen. Studenten die al een tijdje meegaan, weten
precies op welke plek de bus stopt en gaan dus ook precies daar staan waar zo
meteen een deur voor hen zal open gaan. Niemand stapt ook maar één voet naar
achteren wanneer die bus eraan komt sjezen en de zijspiegel bijna iemands hoofd
ramt. Al heb ik het nog nooit echt zien gebeuren. Volgens mij zijn de
buschauffeurs erg goed getraind op een zwerm jongeren die er misschien tegen
aan kunnen knallen.
Je voelt de spanning wanneer de bus stopt. Mensen beginnen te
dringen en wanneer één van hen op de knoppen heeft gedrukt, barst de hel los.
De deuren slaan open. Gezamenlijke gedachte: “IK MOET ERIN, NU!”
Dus alle studenten duwen zich een weg naar voren. En met
duwen, bedoel ik ook echt duwen. Ze schuiven je gewoon letterlijk aan de kant.
Je hebt twee keuzes: 1) meeduwen en hopen dat diegene voor jou dat ook doet 2)
omver vallen en overlopen worden.
Student zijn is een heus gevaar voor je leven.
En dan moet je nog dat opstapje naar binnen maken. O, god,
dat gaat vaak moeilijk. Vooral als je zo’n tas meezeult van een kilo of
vijftien.
Vervolgens gaan we inchecken. Ja, sinds de invoering van de OV-chipkaart (die voor ons jongeren overigens al drie jaar eerder inging dan voor de rest van Nederland – Lees: proefratten) is de instroom van studenten erg traag geworden. En dat zorgt voor nog meer irritaties. Handen die kruisen, chipkaarten die op de vloer vallen en machines die alwéér niet werken, dus dan moet een berg studenten zich met z’n allen op één apparaat storten.
Vervolgens gaan we inchecken. Ja, sinds de invoering van de OV-chipkaart (die voor ons jongeren overigens al drie jaar eerder inging dan voor de rest van Nederland – Lees: proefratten) is de instroom van studenten erg traag geworden. En dat zorgt voor nog meer irritaties. Handen die kruisen, chipkaarten die op de vloer vallen en machines die alwéér niet werken, dus dan moet een berg studenten zich met z’n allen op één apparaat storten.
Na het inchecken komt het moeilijkste gedeelte.
Hersenkrakers gedeeld door de massa: “STOEL! NU!” En dan vooral eentje voor
jezelf. Natuurlijk wil je die plek liever niet delen, al staan er toch echt
twéé stoelen.
Vaak wordt er nog om gevochten ook. Net als een soort
stoelendans, maar dan zonder plezier. Er worden vuile blikken door de bus
geworpen (soms zelfs vuile woorden) en mensen proberen elkaars stoel zo snel
mogelijk in te pikken. We lijken wel een stel hyena’s op zoek naar het laatste
stukje vlees.
Zit je eenmaal, dan moet je ook nog eens een half uur
wachten, omdat de rit zo lang duurt in hartje Utrecht. Als het dan ook nog eens
zomer is, komt er geen zuurstof binnen, dus al die studenten gaan stinken van
het zweet… je kunt je hopelijk wel voorstellen hoe dat ondertussen ruikt.
Wanneer de bus eindelijk bij jouw halte is, zucht je van
opluchting. Het vervelende alleen is dat de hele kudde er dan vaak ook uit
moet. Dus gaat de hele reutemeteut met z’n allen weer naar buiten, op
enkelingen na. Dit zorgt ook weer voor de nodige irritaties, maar de meesten
kunnen hier op dat moment dan wel mee leven, omdat ze eindelijk weer in de
open, frisse ruimte rondlopen in plaats van in zo’n bedompte bus. Bovendien
zien ze elkaar toch nooit meer.
Studenten en de bus. Het is een geval apart. Als ik er zo
van een afstandje naar kijk, kan ik me best voorstellen dat niet-studenten ons
zien als een soort wilde beesten in een safari. Ze rijden alleen nog niet in
jeeps om met een verrekijker naar ons te kijken, maar ik denk niet dat het nog
lang zal duren!
Thursday, November 15, 2012
atmosphere,
christmas,
kerstmis,
kerstsfeer,
kort verhaal,
kortverhaal,
love2write,
NL,
S.P.,
S.P. van der Lee,
schrijfster,
sfeer,
sp,
spvanderlee,
suzanne van der lee,
van der lee,
verhaal,
writer
0
comments
Kort Verhaal - Kerstsfeer [NL]
Kim tilde de doos gevuld met lampjes op en liep gebukt onder
het gewicht naar buiten. Ze had niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn, maar
ze wilde toch doorzetten. Alles stond klaar, de spullen waren al betaald. Ze kon
niet meer terug.
Voor ze de straat overstak, keek ze even naar links en
rechts om te zien of er niemand keek. Daar stond het huis van Lorraine; Kims
overbuurvrouw. Ze trippelde over het gras en zette de doos met lampjes op de veranda.
Daarna liep ze stilletjes terug en keek door het raam om te bevestigen dat de
van Veentjes echt weg waren.
Kim giechelde zachtjes. Dit zou echt een speciale avond worden. O, wat zouden de van Veentjes verrast zijn deze kerst. Kim had iets geweldigs in petto.
Kim giechelde zachtjes. Dit zou echt een speciale avond worden. O, wat zouden de van Veentjes verrast zijn deze kerst. Kim had iets geweldigs in petto.
Lorraine van Veen was Kims vijand. Jarenlange strijd woedde
tussen de pittige buurvrouwen die elkaar wel konden villen. Al vanaf het moment
dat Lorraine daar kwam wonen, had ze Kim dwars gezeten.
Kim deed alles voor de buurt. Ze wilde het levendiger maken,
want het was er al twintig jaar een saai boeltje. Niemand deed iets met elkaar.
De mensen kwamen alleen naar buiten als ze boodschappen moesten halen of naar
het werk gingen, dus richtte Kim een boekenclub op. Het duurde niet lang of er
kwam ook een jaarlijks hapjesfestijn, waar de dames uit de buurt hun
kookkunsten konden demonstreren. Kim had genoeg tijd voor het organiseren van
de wedstrijden en feesten en kon zelfs meedoen. Ze werd er de topvrouw van de
straat mee. De huisvrouw die alles kon. Dé huisvrouw van de buurt.
Maar toen Lorraine naar haar buurt verhuisde veranderde
alles. Ze voegde zich bij de boekenclub en algauw keken de andere leden niet
meer om naar de verhalen van Kim, maar luisterden ze alleen nog naar Lorraines
uitbundige fantasieën. En de trofee van het kookfestijn, die tot dan toe elk
jaar werd gewonnen door Kim, ging ineens naar Lorraine. En alsof dat nog niet
genoeg was, moest Kim ook haar titel afstaan voor “best geknipte hegjes”. Kim
had Lorraine daarom altijd gehaat. Ze wilde Kims plek innemen. Kim zou niet
meer de mooiste en meest succesvolle huisvrouw van de straat zijn en wat moest
ze daarvoor in plaats dan zijn? Niets. En dat was onmogelijk.
Kim sjouwde dozen met lampjes en stekkerdozen naar het gazon
van de van Veentjes. Ze voelden steeds zwaarder in haar armen die ondertussen
begonnen te tintelen, maar als ze naar de berg keek die in haar garage stond,
viel het mee. Hij slonk gestaag.
Het was niet alleen Kims schuld dat de ruzie tussen de
buurvrouwen voortduurde. Ze had Lorraine er meerdere malen op betrapt de
wedstrijden, feesten en clubbijeenkomsten te saboteren. Toen Kim vroeg of
Lorraine de boekenlijst wilde uitprinten voor de club, had Lorraine er opeens
andere boeken op gezet, zodat iedereen andere boeken las dan Kim. En toen
Lorraine bij Kim langs kwam tijdens het hapjesfestijn, stootte Lorraine “per ongeluk”
het pepervaatje van de plank, dat vervolgens terecht kwam in Kims soep. Lorraine
had zelfs Kims hegje doormidden geknipt, terwijl niemand keek. Kim was zelf
niet thuis, maar zag aan het knipwerk dat het alleen Lorraine kon zijn geweest.
Niemand geloofde Kim toen ze vertelde dat Lorraine alles opzettelijk had
gedaan. Kim was nog nooit woester geweest. Om die reden besloot ze Lorraine terug
te pakken.
Kim hing alle lampjes en decoraties aan het huis van de van
Veentjes. Er stonden nog tientallen dozen uitgestald op het gras. Het zweet
stond op haar voorhoofd, terwijl ze zwoegde om alles op tijd af te krijgen. Op
tijd voor Lorraine terug zou komen.
Het was al een paar maanden rumoerig onder de buurtbewoners.
Het gerucht ging dat Lorraine een ongeneesbare vorm van kanker had en dat ze
niet lang meer te leven had. Kim deed alsof ze het zielig vond en pinkte een
neptraantje weg, terwijl ze in haar eentje stiekem lachte. Maar iets in haar
brak toen ze Lorraine voor het eerst met een kaal hoofd zag. Vanaf dat moment
besloot Kim dat ze pas echt een goede huisvrouw in deze straat zou zijn, wanneer
ze Lorraine een goed gevoel zou geven. Als de vete zou ophouden. Als Kim iets
leuks zou doen voor Lorraine, zou Lorraine misschien weer een beetje blij
kunnen zijn. En dan zou Kim de betere buurvrouw zijn.
Ze had nog maar een paar minuten voor de van Veentjes terug
zouden zijn. Kim haastte zich om de laatste lampen aan te sluiten en de
stekkerdozen uit te rollen. Lorraine zou verbaasd zijn wanneer ze van haar
laatste chemokuur in het ziekenhuis zou terugkomen en het spektakel bij haar
huis zou aanschouwen.
Alle bouwsels waren klaar: de bewegende Kerstman, de
schitterende lampjes aan de muren, daken en gevels en de lichtgevende bomen.
Alleen de stroom was nog niet aangesloten.
Daar kwam de auto. Kim kon haar vreugde bijna niet
binnenhouden en glimlachte van oor tot oor, terwijl de van Veentjes aan kwamen
rijden. Kim zwaaide en gebaarde dat de auto moest stoppen. Terwijl de auto net
naast het looppad van de weg stopte, deed Lorraine haar raampje naar beneden.
‘Ik heb een verrassing voor je!’ riep Kim. Ze drukte op de
knop van het doosje dat ze in haar handen hield. Voldoening vulde haar van
binnen dankzij een goede daad. Zij zou nu de vergevende buurvrouw zijn. De
huisvrouw die vriendschap belangrijker vond dan jaloezie. Zij zou weer de beste
huisvrouw van de buurt zijn.
Terwijl de lampjes aan knipperden, keken de van Veentjes
naar hun eigen huis. Kim keek hoopvol naar hun gezichten, maar hun monden
vielen open en op hun gezichten stond een enge blik.
‘Mijn huis!’ blèrde Lorraine, terwijl Kim in afschuw toekeek
hoe het huis van de van Veentjes niet verlicht was dankzij haar goede
bedoelingen. Het doosje met de knop viel uit haar handen op straat neer,
terwijl Kim besefte dat deze burenoorlog nog lang niet over zou zijn.
Het huis van Lorraine stond namelijk in brand.
Vroeg, maar beter op tijd dan te laat. Alvast een fijne kerst gewenst!
Vroeg, maar beter op tijd dan te laat. Alvast een fijne kerst gewenst!
Subscribe to:
Posts (Atom)


- Follow Us on Twitter!
- "Join Us on Facebook!
- RSS
Contact