Showing posts with label verhaal. Show all posts
Showing posts with label verhaal. Show all posts
Tuesday, May 7, 2013 0 comments

Kort verhaal - Impact

Felle stralen van de ochtendzon verlichtten de woonkamer en lieten het er levendiger lijken. Met haar hand voor haar ogen trok Daphne de gordijnen dicht en slofte naar de keuken om een bakje koffie te zetten. Ze wist dat de cafeïne niet zou helpen haar verschrikkelijke humeur van de afgelopen tijd te verbeteren, maar het was nu eenmaal een gewoonte. Zelfs het prachtige weer buiten irriteerde haar.
Terwijl het koffiezetapparaat pruttelde, sjokte ze terug naar de woonkamer en zette ze de televisie aan. Zoals gewoonlijk was er niets interessants op te zien. Ze verbaasde zich er niet meer over.
Valentijnscadeaus schoten voorbij  in de reclames op het scherm, waardoor ze een brok in haar keel kreeg. Alles wat haar deed denken aan Richard kon ze even niet meer zien. Die walgelijke keuze van hem liet een smerige nasmaak achter. Waarom moest hij ook zo nodig moeilijk doen over kinderen? Waarom wilde hij ze zo graag? Hij wist dat Daphne totaal niet met die kleuters kon omgaan en toch bleef hij zeuren. Een paar dagen geleden was de maat vol. Weer een ruzie. Kleren gescheurd, borden gegooid, stoelen omver en zelfs de kat uit het raam. Gelukkig woonde ze op de begane grond. Nee, het was genoeg geweest. Gelukkig vertrok Richard meteen. Daphne was hem helemaal zat. Het interesseerde haar niet of hij nog terug zou komen.
In de keuken stond Daphne’s kat hongerig te mauwen. Ze liep weg bij de televisie en zette gelijk het koffiezetapparaat uit. Nadat ze de koffie in haar mok had geschonken, pakte ze de brokken. Ze zette het etensbakje op het aanrecht en de kat sprong omhoog. Terwijl de kat zijn staart onder haar kin en langs haar neus liet glijden, trok de televisie plotseling Daphne’s aandacht. De reguliere uitzending werd onderbroken voor een belangrijk bericht. Een man gekleed in een net pak verscheen op het scherm. Zijn blik serieus, doch angstig. Hij staarde naar Daphne, zo leek het, hoewel ze wist dat het maar een uitzending was. Toen hij zijn mond opendeed, kwam er een zin uit die ze nauwelijks kon geloven. Terwijl ze de brokken in de voerbak gooide, gaapte ze vol ongeloof naar het scherm. “We onderbreken dit programma voor een belangrijk bericht. De aarde zal binnen twaalf uur worden geraakt door een meteoriet.”
Het kattenvoer lag ondertussen op de keukentafel, in plaats van in de voerbak.
“De meteoriet, met een omvang van ongeveer tweehonderd kilometer, zal hoogst waarschijnlijk inslaan nabij Spanje.” Daphne zette de doos aan de kant en haastte zich naar de televisie. De man slikte en trok aan zijn kraag. “Ik herhaal, dit is geen grap. Velen van ons zullen het niet overleven.” Het zweet stond op zijn voorhoofd. “U wordt aangeraden geliefden op te zoeken. We zullen jullie voor zover mogelijk tot het laatste moment op de hoogte houden.” In zijn ogen zag Daphne de tranen al komen. Hij haalde zijn neus op. Daarna werd het scherm zwart en begon de uitzending opnieuw.
Met de afstandsbediening zapte Daphne langs alle kanalen. Overal zonden ze hetzelfde bericht uit. In het Engels, Duits, Frans en waarschijnlijk alle andere talen op kanalen die Daphne niet ontving. Allemaal met een andere presentator, maar ze zeiden hetzelfde. De wereld zou binnen twaalf uur vergaan.
Met trillende handen zette Daphne de televisie uit en strompelde ze naar de deur. De eeuwig ongenadige zon scheen op haar neer. Warm en schokkend realistisch, want waar zij stond zou het vuur ook branden. Buurmannen en buurvrouwen stroomden naar buiten. Allen keken naar elkaar met vragende blikken in hun ogen. Niemand zei iets, maar Daphne kon zien dat niemand wist wat te doen. Een enkeling begon te krijsen, een ander te jammeren. Daphne’s buurvrouw van links barstte in janken uit, terwijl ze naar Daphne rende en haar omarmde. De vrouw klemde haar vast en kneep haar bijna fijn. Daphne kon niet anders dan daar alleen maar staan en de angst van de vrouw te aanvaarden. Wat moest ze nu doen? Starend naar de mensen die zich geen raad wisten, vergat ze zichzelf en haar eigen gevoel. Wat ze moest voelen, wist ze niet.
Daphne duwde de vrouw van haar af en dwaalde door de straten. Hoe lang deed er niet toe. De tijd leek niets meer te betekenen. Ze voelde zich leeg, alsof ze was vervangen door een lappenpop zonder vulling. Emotieloos en hol van binnen.
Terwijl de dag vorderde, werd het op straat een chaos. Mensen gilden en smeten met voorwerpen, anderen beroofden winkels en gingen met elkaar op de vuist. In sommige huizen zaten mensen samen om de salontafel. Ze knuffelden elkaar of genoten van een laatste maaltijd. Wat cliché en toch zo toepasselijk, dacht Daphne. Een laatste maaltijd zoals in de geschriften. Ze zag een hoop tijdens haar laatste dag. Maar wat moest zij dan doen? Ze voelde zich nergens thuis. Niet tussen de herrieschoppers, noch bij de gezellige gezinnetjes. Althans, dat van haar had ze verbannen. Ze had Richard al een paar dagen niet meer gezien. Het laatste wat ze tegen hem had gezegd, was dat ze hem een klootzak vond.
Al die uren die al voorbij waren gegaan, die ze al verspild had met ronddwalen zonder doel, waren voor niets geweest. De tijd kon ze niet meer terugkrijgen. Ze had achter Richard aan kunnen gaan, hem nog een keer zien, maar ze was te stom geweest om dat eerder in te zien. Daphne’s hart klopte steeds sneller. Ze kon het hier niet bij laten zitten. Zo mocht het niet eindigen.
Ze opende haar telefoon en belde hem, maar hij ging niet eens over. Panisch zocht ze de laatste SMS van Richard op, die ene waarin hij schreef waar hij verbleef. Ze rende zo hard ze kon. Harder dan haar longen en haar lijf aankonden. Waarom hadden ze ruzie gehad over zoiets? Ze hielden van elkaar. Kinderen of geen kinderen, het zou niet uit moeten maken. Ze kon altijd wel leren haar kinderen te begrijpen en ze leuk te vinden. Richard was het waard. Ze hield van hem. Ze had altijd van hem gehouden en dat zou niet veranderen, hoe erg ze zich ook aan hem ergerde. Hij was de enige die ze nog had.
Zo snel mogelijk rende ze naar een fiets die geparkeerd stond in de achtertuin van een huis. Gelukkig was hij niet op slot gedaan. Ze sprong erop en racete over de weg, terwijl de lucht boven haar steeds donkerder werd. Richard was in een stad niet ver bij haar vandaan. De rivier kwam in zicht. Ondertussen regende het steeds harder, maar het weer zou haar niet tegenhouden. Ze hoefde alleen die rivier over en een paar straten door… de rivier. Hoe moest ze de rivier oversteken? Er waren nu geen veerboten om de overgang te regelen. Ieder mens met een greintje verstand had zijn werk neergelegd nu geld niet meer uitmaakte – het zou toch verdwijnen. Net als zij. Dé laatste dag. En de tijd die het kostte om een brug te vinden was langer dan de tijd die ze nog had.
Maar ze moest het proberen.
Huilend fietste ze verder over de onverharde weg, langs de treurende bomen en de flikkerende lampen. De weinige huizen aan de straat werden verlicht met kaarsen of een haard. De klok die binnen bij één van hen duidelijk zichtbaar was, gaf drie minuten voor tijd aan. De twaalf uren waren bijna voorbij.
Daphne struikelde van haar fiets en zakte neer op de weg. Ze staarde naar de mensen achter de ramen. Hun geluk met elkaar kon zelfs door een meteoriet niet worden bedorven, al leken ze wel angstig. Druppels spatten op de ramen. Ritmisch kletterden ze neer als perfect op elkaar afgestemde instrumenten in een orkest.
Daphne krijste en sloeg met haar vuisten op de modderige grond waardoor het op haar gezicht spatte. Doorweekt en koud haalde ze haar mobieltje uit haar zak en belde Richard. Eindelijk nam hij op.
‘Blijf bij me! Ik houd van je. Ik houd van je, Richard!’
‘Ik ook van jou. Dat is nooit anders geweest.’ De wijzers van de klok in het huis gleden langzaam vooruit. Hun beweging betekende het einde van de mens. Hoe destructief die laatste minuut kon voelen, had Daphne nooit beseft.
Daphne barstte in snotteren uit. ‘Ik probeerde nog naar je toe te komen, maar het is te laat. Het is te laat! Ik wilde dat ik je kon zien.’ Er waren nog maar een paar seconden te gaan. ‘Ik wil niet dood!’
‘Over een paar seconden is het over. We voelen er vast niets van, rustig maar.’
Snikkend knikte ze, hoewel ze wist dat hij het niet zou zien. De laatste seconden tikten tergend langzaam voorbij. Richards woorden galmden door in haar hoofd. Hij beloofde het. Daphne sloot haar ogen. Ze wachtte op het immense, prachtige licht van de meteoriet die door de dampkring zou scheren en een wolk van gas achter zich zou laten. Ze wachtte op het vuur dat haar in één keer zou verbranden tot as.
Maar het kwam niet.
Seconden, nee, minuten gingen voorbij, terwijl ze daar met haar hoofd in haar handen op de grond lag. Ze hief haar gezicht op en tuurde naar de lucht, maar er gebeurde niets. Er was geen licht, geen vuur. Helemaal niets.
Langzaam kwam ze overeind en gluurde ze door het raam van het huis. De televisie stond aan en ze kon erop vaag de omtrekken van een man zien. Ze sloop dichterbij en staarde door het raam. De mensen binnen keken niet eens naar haar om. In de uitzending was een man gekleed in zwart, maar anders dan de eerste. Deze droeg een Guy Fawkes masker; een gezicht verborgen achter een gekrulde snor en een wrede glimlach. De ondertiteling verraadde zijn verhaal. Daphne duwde zichzelf zo dicht mogelijk tegen het raam om het volledige verhaal te kunnen lezen.
‘De meteorietinslag gebeurt niet. Hij is nooit gebeurd en zal niet gebeuren. Hij is een leugen. Hij is Fictie. Wij hebben jullie wakker geschud. De samenleving moet beseffen wat echt belangrijk is. Wees gewaarschuwd. Wij zijn Anonymous en wij hebben jullie astronomiecentra en nieuwsstations gehackt om informatie over de meteorietinslag door te geven. Wij zijn Anonymous. Wij zijn een legioen. Wij vergeven niet. Wij vergeten niet. Verwacht ons.’ De vrouw die op de bank naar de uitzending zat te kijken, zakte in elkaar.

Daphne baande zich een weg door de mensenmassa die zich op de straten had verzameld. Iedereen schreeuwde naar elkaar en er heerste nog steeds chaos, maar Daphne deed er niet aan mee. Zij had maar één doel. De brug had ze al een uur geleden overgestoken. Richards huis was nu slechts een paar meter verderop en niets kon haar nog tegenhouden. De dreiging van een meteoriet had haar zwak gemaakt, maar ze had zichzelf een paar minuten geleden beloofd nooit meer zoiets te voelen. De irritaties, de ruzies en die arme kat. Vanaf nu zou het verleden tijd zijn. Alles zou weer goedkomen. Daphne had weer hoop voor de toekomst.
Ze rende de straat door naar zijn deur en drukte op de bel. Op datzelfde moment deed Richard open.
‘Het is uit,’ zei Daphne.  ‘Voorgoed.’ Ze knikte, draaide zich om en liep met opgeheven hoofd weer weg.
Wednesday, March 6, 2013 0 comments

Kort Verhaal - Bericht

PING!
Mijn telefoon trilt in mijn broekzak. Ik haal hem eruit en bekijk het zojuist binnengekomen bericht.
‘O – mijn – god,’ zeg ik tegen mezelf. Het is een e-mail van de uitgeverij waar ik twee maanden geleden mijn manuscript naar heb opgestuurd. Ik open heimelijk het mailtje en lees de inhoud. Mijn hart begint sneller te bonken. Mijn ogen gaan schichtig van links naar rechts terwijl ik de tekst analyseer. Ik kan niet geloven wat hier staat.
Zo snel als ik kan ga ik naar de voordeur en ruk hem open. Ik ren de straat op en blijf midden op straat staan. ‘Mijn boek wordt uitgegeven!’ gil ik. Een aantal mensen om me heen kijken me met een frons aan, anderen glimlachen naar me, maar lopen gewoon door. Ik zie er vast als een malloot uit, maar het interesseert me niets. Mijn eeuwige wens gaat in vervulling. Ik zal straks een echte auteur zijn.
Ik ren weer naar binnen en sla de deur achter me dicht. Met mijn mobiel nog in mijn hand, sjees ik de trap op naar mijn werkkamer om daar achter de computer te kruipen. Ik ram zo hard op het toetsenbord, dat ik bijna denk dat de toetsen eruit zullen vallen, maar ze zijn het gewend. Ik typ hier elke dag.
Dit nieuws deel ik gelijk met al mijn vrienden en familie. Ik zet het op elke website en email het naar iedereen die ik ken. Daarna stuur ik de uitgeverij een email terug. Daar moet ik even op broeden, want ik heb geen idee wat ik eigenlijk wil zeggen. Het enige dat in me opkomt is: “YES!”. Maar dat is natuurlijk niet zo’n professioneel antwoord.
Terwijl ik typ, rinkelt mijn telefoon. Ik wip kort omhoog van de schrik en stoot er een pot pennen mee van de tafel.
‘Ja?’ vraag ik aarzelend, terwijl ik de pennen van de vloer af raap, me niet realiserend dat ik ben vergeten mijn naam te vertellen.
‘Is dit mevrouw Klodder?’
‘Ja, ja, dat ben ik,’ zeg ik met een gekunsteld lachje.
‘Fantastisch. Ik ben van Koender en Smits Uitgeverij. Ik heb u eindelijk aan de lijn. Ik bel al de hele ochtend.’
‘O, ja? Ik heb niets gehoord.’
‘Misschien had u het geluid uitstaan. Ik bel over uw manuscript. Ik weet dat we u net een mailtje hebben gestuurd, maar eigenlijk wil de uitgever u direct spreken. Bent u morgen beschikbaar voor een afspraak? Dan kunnen we gelijk de overeenkomst doornemen.’
‘Wat?’ Mijn stem fluctueert in toonhoogte. Ik schraap mijn keel. ‘Meent u dat?’ Ik leun achterover op mijn stoel.
‘Ja, hij was zo enthousiast over uw manuscript. Hij zegt dat het een echte kaskraker gaat worden en hij kan niet wachten om met u in zee te gaan.’
‘Wa –’ Ik verlies mijn balans en terwijl ik mijn ogen dichtknijp, val ik met de stoel keihard achterover op de vloer. ‘Au!’
Als ik mijn ogen weer open doe, lig ik nog steeds op de vloer, maar de stoel is verdwenen. Over me heen ligt een deken en mijn hoofd bonkt. Ik duw mezelf omhoog met mijn ellebogen en zie dan dat mijn benen omhoog liggen. Ik lig nog half in bed en ben er met mijn bovenlichaam uit gedonderd. Ik help mezelf overeind en gooi de deken van me af. Nou, mooie droom was dat. Te goed om waar te zijn. Waarom heb ik dat altijd?
Ik wrijf over mijn pijnlijke bult, rek me uit en gaap een keertje, voor ik mijn sloffen aantrek en mijn slaapkamer uit strompel. Ik loop naar mijn werkkamer en klik op het knopje van mijn computer. Al gapend wacht ik hij klaar is met opstarten en bekijk mijn inbox. Nul gemiste berichten. Dat dacht ik al.
Ik zet hem weer uit en loop de trap af. Schuifelend over de vloer ga ik naar de keuken en zet ik voor mezelf een flinke bak koffie. Miauw, mijn kat, praat alweer veelvuldig met me, vandaar zijn naam. Ik sjok naar de voordeur om hem naar buiten te laten en wanneer ik de deur weer dichtdoe, blijft mijn blik hangen op iets nieuws. Ik knipper een paar keer en staar ernaar met een open mond. In mijn brievenbus zit een envelop met daarop het embleem van Koender en Smits Uitgeverij. Misschien dat mijn eeuwige wens toch nog in vervulling gaat.
Thursday, January 31, 2013 0 comments

Kort Verhaal - Ongewenste intimiteit

De baby blijft huilen. Hilde haalt Rick uit zijn wiegje en zet hem in de kinderstoel.
‘Stil maar,’ zegt ze, terwijl ze zijn slabbetje omdoet. Ze loopt naar de magnetron en haalt het potje warme babyvoeding eruit. Even proeft ze of het de juiste temperatuur heeft, daarna pakt ze een lepel en loopt terug naar Rick.
‘Mama, ik verveel me,’ zegt Wendy die zit te wiebelen in haar stoel.
Hilde zucht en zet het potje op tafel, terwijl de baby weer begint te jammeren. Ze loopt naar de kast, haalt er een rode én een groene stift uit en een A4tje.
‘Hier, ga maar tekenen,’ zegt Hilde. ‘Mama is nu even druk.’
Wendy haalt haar schouders op en loopt naar de koffietafel.
Het is voor Hilde niet gemakkelijk. Sinds ze pleegouder van baby Rick is geworden, heeft ze geen tijd meer voor zichzelf. De klusjes blijven liggen, haar biologische dochter Wendy krijgt niet genoeg aandacht en Rick moet altijd worden verzorgd. Haar man Tom is nog op zijn werk en kan haar onmogelijk helpen.
Hilde pakt het potje babyvoedsel en voert de baby hap voor hap. Alles komt onder te zitten. Gelukkig is Wendy nu bezig, dus heeft Hilde wel even tijd om het op te ruimen. Nadat ze Rick in de babybox heeft gezet, veegt ze met een doekje langs de tafel. Haar rug doet nu al pijn, maar er is nog veel te doen. Tijd om te dweilen.
Ze pakt de mop, vult een bak met water en gooit er schoonmaakmiddel bij. Eerst Wendy’s kamer maar, want die heeft Hilde vanmorgen nog opgeruimd. Als ze eenmaal begonnen is, staat Wendy plotseling achter haar.
‘Mama, kijk eens! Mooi, hè?’ Ze laat de tekening aan Hilde zien.
‘Ja, mooi hoor. Hang maar aan de koelkast,’ zegt Hilde. Na nog geen tien seconden is Wendy alweer terug.
‘Mama, maar wat moet ik nu doen?’
‘Zoek maar wat om te spelen,’ antwoordt Hilde. Ze heeft het eigenlijk veel te druk om Wendy te vermaken en alles kost zo ongelooflijk veel tijd.
Wendy wil naar voren lopen, haar kamer in, maar Hilde houdt haar tegen. ‘Nee, dat kan niet. Mama is nu aan het dweilen. Er mag niet in je kamer worden gelopen.’
Wendy kijkt sip.
‘Nou, ga maar naar mijn kamer dan. Ga daar maar even spelen.’ Hilde ziet Wendy’s gezichtje gelijk opfleuren. Misschien dat het haar even bezig houdt. Hilde dweilt ondertussen Wendy’s kamer.
‘Schat, ik ben thuis!’ roept een stem. Het is Tom. Eindelijk is hij thuis. Gelukkig nog op tijd ook, want zo meteen komt de maatschappelijk werkster om te kijken hoe het met Rick gaat.
‘Fijn,’ roept Hilde. Op dat moment wordt er aangebeld.‘O, schat, wil jij even open doen?’ Hilde probeert zo snel mogelijk alle rommel van het dweilen op te ruimen. Het moet er zo schoon mogelijk uit zien.
‘Goedemiddag.’ Hoort Hilde iemand zeggen. Ze fatsoeneert haar haren en trekt haar kleding recht. Dan loopt ze naar de woonkamer.
‘Hallo,’ zegt Hilde en ze stelt zich voor. ‘Gaat u zitten.’
‘Wilt u een bakje koffie?’ vraagt Tom ondertussen.
‘Nee, dank u,’ zegt de medewerkster. Hilde komt tegenover haar op de bank zitten, terwijl Tom wat koffie voor zichzelf maakt.
‘En, hoe gaat het met de baby?’ vraagt de vrouw.
‘Ja, goed. Niets bijzonders,’ zegt Hilde met een gekunsteld lachje. De vrouw stelt hen meerdere vragen over het huishouden en de baby. Telkens als Hilde of Tom antwoord geven, knikt de vrouw alleen maar en maakt geluidjes die voor Hilde niet goed noch slecht klinken. Ondertussen schrijft de vrouw van alles op haar formulier.
‘En hoe gaat het met Wendy? Kan ze goed overweg met de veranderingen?’ vraagt ze.
Hilde was helemaal vergeten dat Wendy in hun slaapkamer aan het spelen was.
Opeens wordt het gezicht van de vrouw bleek en worden haar pupillen groot. Ze laat een pen uit haar hand vallen. De koffie die Tom aan het drinken was, giet hij, in plaats van in zijn mond, plompverloren over zijn shirt van schrik.
Wendy is net de kamer uitgelopen en vraagt: ‘Mama, wat is dit? Het lag onder je bed.’
In haar handen houdt ze met rode veertjes en zachte stof bekleedde handboeien.



Nog meer leuke verhalen lezen? Kijk dan hier: Lijst met berichten
Sunday, December 30, 2012 0 comments

Kort Verhaal - Heb je even tijd?

Vandaag ga ik weg. Met een bescheiden tas wandel ik over de grauwe stenen. Mijn hoge hakschoenen met rode zooltjes trekken blikken van andere reizigers en ik voel me erdoor gevleid. In mijn bloemetjes jurk die wappert in de wind kijk ik naar de borden boven het perron. “Paris – 15.10” staat erop. In het hier en het nu besluit ik die trein te nemen. Gewoon zomaar, omdat het kan.
Voor mij staat een man in de rij bij het kaartjes apparaat. Als hij klaar is, loopt hij weg en zie ik dat hij iets laat vallen. Vlug raap ik het op en zoek om me heen naar de vreemdeling die ervandoor is gegaan. In mijn handen hou ik een ouderwets zakhorloge van goud; kostbaar lijkt me. Roepen kan wel, maar de man kan me nu onmogelijk nog horen.
Nu ben ik aan de beurt en de mensen achter mij worden ongeduldig. Even kijk ik de man na om te zien of hij in dezelfde trein stapt en het is waar. Ik koop snel een kaartje en houd ondertussen mijn strohoed goed vast waar de wind onder door blaast. In de zon is het warm buiten, maar in de schaduw is het koel, een heerlijke combinatie. Ik kom de zon tegemoet die me laat stralen, net als zij. Daarna stap ik in de trein en zeg in mijn hoofd vaarwel tegen dit vale leven en verwelkom de vreugde.
Om me heen zoeken de mensen een plekje of ruimen ze hun bagage op. Verstrooid zoek ik een zitje waar ik alleen kan zijn, dicht bij het raam. Het is veel te druk in de trein om nu op zoek te gaan naar de man die zijn waardevolle erfstuk verloor. Ik besluit te wachten tot het voertuig in beweging is gekomen en alle mensen zitten.

Vrijheidsroes. Zo noem ik het maar. Het is nog geen dag geleden dat ik mijn baan opzegde in de bar waar ik vijftien jaar heb gewerkt. Mijn norse baas lachte me in mijn gezicht uit toen ik zei dat ik meer van de wereld wilde zien dan zijn pietluttige stekje. Hij bulderde wat verwensingen, omdat ik gek was om te stoppen en omdat ik nooit meer aan de bak zou komen. Niemand zou mij willen hebben.
In mijn postvak vond ik gisteravond een vacature met een embleem erop dat leek op een meeuw. Ik ben gevraagd om die plek te vervullen.

In een trans kijk ik naar buiten. Ik zie de weerkaatsing van de zon in de bladeren van de bomen, de vrolijk makende kleurrijke bloemen in het veld en de open blauwe lucht. Niets is beter dan dit. Het raampje boven me doe ik open en snuif de parfumachtige bloemenlucht en versgemaaide grasluchten op. Zomer. Het maakt me altijd euforisch.

Eergisteren werd ik overrompeld. Een oud klasgenoot van mij kwam een koffie drinken in de bar waar ik werkt, net op het tijdstip dat ik aan het bedienen was. We kletsten over de vergane jaren, ons heden en onze toekomst. Hij had een huwelijk achter de rug, was nu alleen en begon over een maand voor zichzelf. Hij zei dat hij ging verhuizen een nieuw leven wilde opbouwen. We schaterden en maakten lol, net als vroeger. Die goede oude tijd, waarin niets er toe deed en alles leuk was.
Hij was degene die mij hiertoe aanzette. Weg gaan, heerlijk in je eentje. Ik verklaarde mezelf voor gek die avond, dat ik zoveel heb gepraat met iemand die ik twintig jaar niet had gezien. Net voor hij wegging schoof hij een briefje in mijn zak waar op stond “we hebben de tijd”. Hij was mijn oude liefde uit mijn tienerjaren.

De tijd lijkt voorbij te glijden als boter op een warm mes, maar het maakt niets uit. Ik hoef niets. Niemand wil wat van me. Dat is fijn. Uit mijn zak haal ik het zakhorloge. In het goud op de voorkant staat een naam gegraveerd: “J.P.”.
Dan zie ik de man langs me lopen. Ik herken zijn pak uit duizenden en voel dat mijn hart harder gaat kloppen. Dit uurwerk is van hem. Ik moet het teruggeven. Zonder erbij na te denken sta ik op, me nog net bedenkend dat ik mijn tas niet moet laten liggen. Ik loop vlug terug, pak het op en ren achter de man aan die bijna uit mijn zicht verdwijnt. ‘Meneer!’ roep ik, maar hij draait niet om. Het lijkt wel alsof hij me opzettelijk negeert. Misschien is dat ook wel zo.
We gaan een paar coupés langs tot hij helemaal achteraan in de trein er eentje binnenloopt. Dit is mijn kans. Ik glip naar binnen en zie hem zitten met een boek voor zijn gezicht.
‘U liet dit vallen, meneer,’ zeg ik, maar hij reageert niet.
Ik kijk naar het horloge en zie dat er iets uitsteekt. Nieuwsgierig maak ik het open, hopend dat hij het niet hoort, want misschien mag ik het wel niet zien. Tik, tik, tik. Het klokje werkt nog prima. Aan de binnenkant van het klokje zie ik wat staan: “We hebben nog steeds de tijd.”
Uit mijn schrik laat ik het uurwerk uit mijn handen vallen en op datzelfde moment doet de man het boek omlaag.
Het is de man uit het café: James Parlow.
Op zijn gezicht staat een liefdevolle glimlach. Mijn uitdrukking verandert echter naar totaal ongeloof. Begrijpbare zinnen komen niet uit mijn mond, want ik stamel. Op zijn jas zie ik een bekend embleem zitten met daarin een meeuw gedrukt.
‘Hallo Amelie.’ Uit zijn jas haalt hij één bloeiende rode roos.
‘Dus jij was het! Die vacature… al die tijd al… kwam je daarom naar mij?’
‘Verkeerd, dat was mijn leven. Ik begin opnieuw. Een nieuw huis, een nieuwe stad, mijn eigen bedrijf… en ik hoopte ook met jou.’ James steekt de roos in mijn richting.
Dit kan niet waar zijn. Is hij na al die tijd nog steeds smoor op mij? Na twintig jaar, denkt hij nog steeds aan mij?
Het is zo ongeloofwaardig dat ik ervan flauwval.

Als ik wakker word, lig ik in mijn bed, thuis. Die krakkemikkige woning in een oude sloppenbuurt, zoals mijn baas het zou noemen. Ik gooi de deken weemoedig van me af en sta op. In de spiegel kijkend besef ik me pas dat het allemaal een droom was geweest. Bedroefd ga ik naar mijn werk, want die had ik alleen in mijn dromen vaarwel gezegd. Zoals gewoonlijk schreeuwt mijn baas wat woorden naar me in het Spaans waarna hij op een kruk een sigaret gaat roken en verwacht dat ik zijn werk overneem.
Dan zie ik de James binnen lopen. Was dat ook allemaal een droom geweest? Zenuwachtig bijt ik op mijn lip.
‘Eén koffie graag,’ zegt hij terwijl hij de krant leest en niet eens naar me kijkt. Mijn hart bonst, maar hij geeft geen kik. Het was dus allemaal bedrog geweest. Hersenspinsels en romantische dromen in de nacht. Alles; de vacature, het gesprek met hem, de reis in de trein.
Hij zegt niets. Er kan niet eens een “hallo” van af. Misschien kent hij me echt niet meer. Ik geef hem zijn koffie in een kartonnen beker aan en hij loopt weg. Het belletje rinkelt als de deur dichtvalt en ik hem letterlijk uit mijn leven zie weglopen.
Nee, dit zal mij niet nog eens gebeuren.
Ik gooi de afdroogdoek die ik in mijn handen heb op de balie waardoor mijn baas weer begint te mopperen. Achter me hoor ik hem blèren, maar ik luister niet naar hem, want ik ren de deur uit. Voor me zie ik een taxi op straat staan. Ik ren ernaartoe en stap tegelijk met James in de auto, hij aan de ene kant, ik aan de andere kant.
We kijken elkaar aan en voor het eerst zie ik de herkenning van mijn gezicht in zijn ogen verschijnen.
‘Heb je nog even tijd?’ vraag ik aan hem met een lach. De taxi begint te rijden, richting het vliegveld zegt de chauffeur, want daar wilde James naartoe. Daarna zoen ik James vol op de mond. Hij zoent me terug.

Meer verhalen lezen? Koop de bundel waar mijn verhaal "Heb je even tijd?" ook in staat bij bol.com: Zomertijd deel 2 nummer 1

Thursday, December 13, 2012 0 comments

Review: Divergent/Inwijding - Veronica Roth [NL&ENG]



(English one is below)


NL versie



Review Inwijding - Veronica Roth

Inwijding is een boek dat zich afspeelt in de toekomst en is een dystopian Young-adult. Het gaat over een zestienjarig meisje genaamd Tris dat de belangrijkste keuze moet maken in haar leven, namelijk bij welke factie ze wil horen voor de rest van haar leven. De vijf facties staan elk voor een bepaalde waarde: onverschrokkenheid, zelfverloochening, oprechtheid, eruditie (intelligentie) en vriendschap. Tris ondergaat een ernstige ontgroening in haar gekozen factie en wordt verliefd op een jongen genaamd Four. Als er vreemde dingen gebeuren, gaat Tris op onderzoek uit en komt ze erachter dat er meer aan de hand is tussen de verschillende facties. Tris heeft zelf ook een geheim en komt erachter dat haar geheim levens zou kunnen redden, maar ook haar eigen dood zou kunnen betekenen.

Inwijding begon intrigerend. Het verhaalconcept is vernieuwend en interessant, waardoor ik dit boek gelijk wilde oppakken toen ik de eerste drie pagina’s had gelezen. Het boek ging al gelijk van start met de keuze die Tris moest maken tussen de verschillende facties. Het kwam dus lekker goed op gang, ik zat er gelijk midden in.

Het nadeel vond ik alleen dat de ontgroening erg lang duurde, namelijk het hele boek. Ik had eigenlijk verwacht dat het halverwege het boek wel zo’n beetje klaar zou zijn, maar dat bleek niet het geval. Soms liep de vertelsnelheid daardoor een beetje terug. Ook omdat je in elk hoofdstuk las over “weer een nieuwe ontgroeningsmethode”. Alsof we er al niet genoeg hebben gelezen. Het verhaal mocht van mij dan wel eens gaan beginnen.

Over verhaal gesproken. Waar het verhaal naartoe ging, werd ook pas duidelijk in de laatste honderd bladzijden. Dat vond ik erg jammer, omdat ik al die tijd heb zitten wachten en het kwam ook opeens uit de lucht vallen. Zo van “o, het gaat nu beginnen blijkbaar”.

Wat dan wel weer goed was, was de liefde die werd beschreven tussen Tris en Four. Ik kon al gelijk vanaf het begin af aan merken dat Tris een oogje op hem had. Eerst zag Four haar nog niet staan, maar ik merkte wel degelijk dat hij haar interessant begon te vinden na een tijdje. De beschrijvingen die Veronica Roth ook gebruikte voor de kusscènes en knuffelpartijen waren uitermate goed. Ik kreeg het er in ieder geval warm van!

De actie was in dit boek volop aanwezig. Sterker nog, ik kan me niet eens een hoofdstuk herinneren waarin niet een portie spanning zat. Dat komt denk ik toch vooral door de factie die Tris had gekozen, namelijk onverschrokkenheid. Het zou moeilijker zijn geweest spanning te creëren in de factie van de erudieten, of nog erger, de onbaatzuchtigen.

Ik vind wel dat de actie hier en daar nep overkwam. Vooral omdat er zoveel plotwendingen in het boek werden gegooid. Sommige personages konden opeens super goed vechten (denk Dragonball Z stijl), terwijl ze voorheen complete watjes waren of geen excellentie vertoonden. Ik vind het daarom soms een beetje ongeloofwaardig, maar ach, er viel overheen te kijken.

Dit is een geslaagd boek, vol emoties en actie. Ik vind het hier en daar wat gebrekkig, maar ik kan er wel mee leven. De verhaallijn en liefdesontwikkeling waren interessant genoeg om me aan het lezen te houden. Ik kan het zeker aanraden voor dystopian fans!


Sterren: 3.5/5

Inwijding van Veronica Roth is te koop bij: www.bol.com

Er is ook een review van Opstand (boek 2) van Veronica Roth: Insurgent/Opstand - Veronica Roth [NL&ENG] 

 

 

ENG Version


Also posted on Goodreads: http://www.goodreads.com/review/show/372033016


Review Divergent - Veronica Roth 

Divergent is a dystopian Young-Adult novel about the not so distant future of Chicago. It tells a story about a sixteen year old girl named Tris who has to make the most important decision of her life: what faction does she want to belong to for the rest of her life? She can choose between five factions which each stand for a different value: Candor (honest), Erudite (the intelligent), Amity (peaceful), Dauntless (brave/tough) and abnegation (selfless). Tris is brutally initiated into her chosen faction (Dauntless) and falls in love with a boy named Four. When strange things start to happen, Tris goes out investigating and soon finds out there is more going on between the factions than she thought. Tris herself is also harboring a secret; one that could save lives, but also mean her own death.

Divergent is an intriguing novel. The concept is innovative and interesting, which made me want to read the book after I had only just read the first three pages. It starts at the point where Tris has to make her choice between the different factions. So the book starts out well. I was right in the middle of it when I started reading.

The downside was that the initiation took such a long time, that it takes up almost three quarters of the book. I had actually expected the initiation part to be done somewhere halfway in the book, but that turned out not to be the case. Sometimes the speed in which the story was told was reduced, because in every chapter there’s another “initiation method” told. As if we hadn’t read enough about it. If it were my own writing, I’d have said the story should have begun already.

Talking about stories, wherever this one was heading only became clear in like the last hundred pages. It was a real shame, because all that time I had been waiting for it and then it just came out of nowhere. It was like “o, so now it apparently begins”.

However, I liked how the love was described between Tris and Four. From the beginning it is noticeable that Tris likes him. Four doesn’t even recognize her at first, but after a while I could really notice by the writing that he did start to find her interesting. The way Veronica Roth described the kissing, smooching and hugging was utterly good. It was very hot, and not just the weather!

There is nonstop action in this book. I can’t even remember a chapter that didn’t have any excitement in it. I think that is mostly due to the faction Tris choose though, which is Dauntless. It would’ve been harder for Miss Veronica to pull this off in let’s say the faction of the Erudites, or worse, abnegation.

Sometimes though, the action can get a little phony. Especially because there are so many plot twists in this book. Some characters are suddenly awesome fighters (think Dragonball Z style), while before they were a complete wuss. For that reason I think this book can sometimes get a bit unrealistic, but oh well, I think I can overlook some of it. It’s not that big of a deal.

This book is splendid; it’s full of action and emotions. There are some flaws here and there, but I can live with them. The storyline and love scenes are interesting enough to keep me reading. I can honestly say “go read it”, especially if you are a Dystopian fan!

Stars: 3.5/5

There's also a review of Insurgent (book 2) by Veronica Roth: Insurgent/Opstand - Veronica Roth [NL&ENG]  
Thursday, November 29, 2012 0 comments

Kort Verhaal - Stormloop van de kuddestudenten [NL]


Studenten. Het is een apart volk. Hoewel ik er zelf ook deel van uit maak, voel ik me niet als een “echte student”. Studenten hebben zo hun eigenaardigheden, zoals de uitbundige feesten die ze organiseren op doordeweekse dagen, dat ze drinken net na of zelfs tijdens schooltijd, overal heel gemakkelijk over denken en bijna nooit goed met hun geld omgaan. De dingen die ik totaal niet bij mezelf herken. Dit soort dingen worden vaak door de rest van de gemeenschap bestempeld als vreemd, bespottelijk, dom, noem maar op, maar ze worden wel op een bepaald niveau “geaccepteerd”. Er is maar één ding waar bijna iedereen, zelfs de studenten zelf, over struikelt: het forensgedrag van de algemene student.
Studenten zijn natuurlijke forenzen, maar hoe ze zich daarin gedragen is uitzonderlijk asociaal. Neem nou bijvoorbeeld de bus. Ik kom daar in Utrecht station aangelopen, met ongeveer honderd andere studenten en probeer een fatsoenlijke weg te vinden naar de bushalte. Ik ben, net als de rest, net uit de trein gestapt en onderweg naar school. Het is een gedoe om van hot naar her te komen. Bijna alles wat gebeurt, zorgt voor ophopende irritatie. De trein die te laat komt, hutje mutje op elkaar zitten, trage roltrappen, een drukke stationshal en dan ook nog een kapot wegdek, omdat ze aan het renoveren/bouwen zijn.
Ja, en dan komt er ook nog een bus aan te pas. Die bus waar alle studenten op staan te wachten. Die bus waar alle studenten in moeten, waarmee ze op tijd of net te laat op school aankomen. Als ze niet in die ene bus stappen, missen ze misschien net iets belangrijks en dat is niet goed voor je resultaten. Díe bus. Ja, dat levert onderling vaak een strijd.
Daar komt hij dan hoor. Iedereen ziet hem rijden. Hij rijdt van rechts naar links in een rondje om vervolgens weer aan te komen bij onze bushokjes. De hele kudde kijkt ernaar. Het is net alsof ze een soort collectieve gedachte delen: “BUS! DAAR!”
De meute dringt zich aan elkaar op. Iedere student probeert een plekje vooraan te bemachtigen. Studenten die al een tijdje meegaan, weten precies op welke plek de bus stopt en gaan dus ook precies daar staan waar zo meteen een deur voor hen zal open gaan. Niemand stapt ook maar één voet naar achteren wanneer die bus eraan komt sjezen en de zijspiegel bijna iemands hoofd ramt. Al heb ik het nog nooit echt zien gebeuren. Volgens mij zijn de buschauffeurs erg goed getraind op een zwerm jongeren die er misschien tegen aan kunnen knallen.
Je voelt de spanning wanneer de bus stopt. Mensen beginnen te dringen en wanneer één van hen op de knoppen heeft gedrukt, barst de hel los. De deuren slaan open. Gezamenlijke gedachte: “IK MOET ERIN, NU!”
Dus alle studenten duwen zich een weg naar voren. En met duwen, bedoel ik ook echt duwen. Ze schuiven je gewoon letterlijk aan de kant. Je hebt twee keuzes: 1) meeduwen en hopen dat diegene voor jou dat ook doet 2) omver vallen en overlopen worden.
Student zijn is een heus gevaar voor je leven.
En dan moet je nog dat opstapje naar binnen maken. O, god, dat gaat vaak moeilijk. Vooral als je zo’n tas meezeult van een kilo of vijftien.
Vervolgens gaan we inchecken. Ja, sinds de invoering van de OV-chipkaart (die voor ons jongeren overigens al drie jaar eerder inging dan voor de rest van Nederland – Lees: proefratten) is de instroom van studenten erg traag geworden. En dat zorgt voor nog meer irritaties. Handen die kruisen, chipkaarten die op de vloer vallen en machines die alwéér niet werken, dus dan moet een berg studenten zich met z’n allen op één apparaat storten.
Na het inchecken komt het moeilijkste gedeelte. Hersenkrakers gedeeld door de massa: “STOEL! NU!” En dan vooral eentje voor jezelf. Natuurlijk wil je die plek liever niet delen, al staan er toch echt twéé stoelen.
Vaak wordt er nog om gevochten ook. Net als een soort stoelendans, maar dan zonder plezier. Er worden vuile blikken door de bus geworpen (soms zelfs vuile woorden) en mensen proberen elkaars stoel zo snel mogelijk in te pikken. We lijken wel een stel hyena’s op zoek naar het laatste stukje vlees.
Zit je eenmaal, dan moet je ook nog eens een half uur wachten, omdat de rit zo lang duurt in hartje Utrecht. Als het dan ook nog eens zomer is, komt er geen zuurstof binnen, dus al die studenten gaan stinken van het zweet… je kunt je hopelijk wel voorstellen hoe dat ondertussen ruikt.
Wanneer de bus eindelijk bij jouw halte is, zucht je van opluchting. Het vervelende alleen is dat de hele kudde er dan vaak ook uit moet. Dus gaat de hele reutemeteut met z’n allen weer naar buiten, op enkelingen na. Dit zorgt ook weer voor de nodige irritaties, maar de meesten kunnen hier op dat moment dan wel mee leven, omdat ze eindelijk weer in de open, frisse ruimte rondlopen in plaats van in zo’n bedompte bus. Bovendien zien ze elkaar toch nooit meer.
Studenten en de bus. Het is een geval apart. Als ik er zo van een afstandje naar kijk, kan ik me best voorstellen dat niet-studenten ons zien als een soort wilde beesten in een safari. Ze rijden alleen nog niet in jeeps om met een verrekijker naar ons te kijken, maar ik denk niet dat het nog lang zal duren!


Thursday, November 15, 2012 0 comments

Kort Verhaal - Kerstsfeer [NL]

Kim tilde de doos gevuld met lampjes op en liep gebukt onder het gewicht naar buiten. Ze had niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn, maar ze wilde toch doorzetten. Alles stond klaar, de spullen waren al betaald. Ze kon niet meer terug.

Voor ze de straat overstak, keek ze even naar links en rechts om te zien of er niemand keek. Daar stond het huis van Lorraine; Kims overbuurvrouw. Ze trippelde over het gras en zette de doos met lampjes op de veranda. Daarna liep ze stilletjes terug en keek door het raam om te bevestigen dat de van Veentjes echt weg waren.
Kim giechelde zachtjes. Dit zou echt een speciale avond worden. O, wat zouden de van Veentjes verrast zijn deze kerst. Kim had iets geweldigs in petto.
Lorraine van Veen was Kims vijand. Jarenlange strijd woedde tussen de pittige buurvrouwen die elkaar wel konden villen. Al vanaf het moment dat Lorraine daar kwam wonen, had ze Kim dwars gezeten.
Kim deed alles voor de buurt. Ze wilde het levendiger maken, want het was er al twintig jaar een saai boeltje. Niemand deed iets met elkaar. De mensen kwamen alleen naar buiten als ze boodschappen moesten halen of naar het werk gingen, dus richtte Kim een boekenclub op. Het duurde niet lang of er kwam ook een jaarlijks hapjesfestijn, waar de dames uit de buurt hun kookkunsten konden demonstreren. Kim had genoeg tijd voor het organiseren van de wedstrijden en feesten en kon zelfs meedoen. Ze werd er de topvrouw van de straat mee. De huisvrouw die alles kon. Dé huisvrouw van de buurt.
Maar toen Lorraine naar haar buurt verhuisde veranderde alles. Ze voegde zich bij de boekenclub en algauw keken de andere leden niet meer om naar de verhalen van Kim, maar luisterden ze alleen nog naar Lorraines uitbundige fantasieën. En de trofee van het kookfestijn, die tot dan toe elk jaar werd gewonnen door Kim, ging ineens naar Lorraine. En alsof dat nog niet genoeg was, moest Kim ook haar titel afstaan voor “best geknipte hegjes”. Kim had Lorraine daarom altijd gehaat. Ze wilde Kims plek innemen. Kim zou niet meer de mooiste en meest succesvolle huisvrouw van de straat zijn en wat moest ze daarvoor in plaats dan zijn? Niets. En dat was onmogelijk.
Kim sjouwde dozen met lampjes en stekkerdozen naar het gazon van de van Veentjes. Ze voelden steeds zwaarder in haar armen die ondertussen begonnen te tintelen, maar als ze naar de berg keek die in haar garage stond, viel het mee. Hij slonk gestaag.
Het was niet alleen Kims schuld dat de ruzie tussen de buurvrouwen voortduurde. Ze had Lorraine er meerdere malen op betrapt de wedstrijden, feesten en clubbijeenkomsten te saboteren. Toen Kim vroeg of Lorraine de boekenlijst wilde uitprinten voor de club, had Lorraine er opeens andere boeken op gezet, zodat iedereen andere boeken las dan Kim. En toen Lorraine bij Kim langs kwam tijdens het hapjesfestijn, stootte Lorraine “per ongeluk” het pepervaatje van de plank, dat vervolgens terecht kwam in Kims soep. Lorraine had zelfs Kims hegje doormidden geknipt, terwijl niemand keek. Kim was zelf niet thuis, maar zag aan het knipwerk dat het alleen Lorraine kon zijn geweest. Niemand geloofde Kim toen ze vertelde dat Lorraine alles opzettelijk had gedaan. Kim was nog nooit woester geweest. Om die reden besloot ze Lorraine terug te pakken.
Kim hing alle lampjes en decoraties aan het huis van de van Veentjes. Er stonden nog tientallen dozen uitgestald op het gras. Het zweet stond op haar voorhoofd, terwijl ze zwoegde om alles op tijd af te krijgen. Op tijd voor Lorraine terug zou komen.
Het was al een paar maanden rumoerig onder de buurtbewoners. Het gerucht ging dat Lorraine een ongeneesbare vorm van kanker had en dat ze niet lang meer te leven had. Kim deed alsof ze het zielig vond en pinkte een neptraantje weg, terwijl ze in haar eentje stiekem lachte. Maar iets in haar brak toen ze Lorraine voor het eerst met een kaal hoofd zag. Vanaf dat moment besloot Kim dat ze pas echt een goede huisvrouw in deze straat zou zijn, wanneer ze Lorraine een goed gevoel zou geven. Als de vete zou ophouden. Als Kim iets leuks zou doen voor Lorraine, zou Lorraine misschien weer een beetje blij kunnen zijn. En dan zou Kim de betere buurvrouw zijn.
Ze had nog maar een paar minuten voor de van Veentjes terug zouden zijn. Kim haastte zich om de laatste lampen aan te sluiten en de stekkerdozen uit te rollen. Lorraine zou verbaasd zijn wanneer ze van haar laatste chemokuur in het ziekenhuis zou terugkomen en het spektakel bij haar huis zou aanschouwen.
Alle bouwsels waren klaar: de bewegende Kerstman, de schitterende lampjes aan de muren, daken en gevels en de lichtgevende bomen. Alleen de stroom was nog niet aangesloten.
Daar kwam de auto. Kim kon haar vreugde bijna niet binnenhouden en glimlachte van oor tot oor, terwijl de van Veentjes aan kwamen rijden. Kim zwaaide en gebaarde dat de auto moest stoppen. Terwijl de auto net naast het looppad van de weg stopte, deed Lorraine haar raampje naar beneden.
‘Ik heb een verrassing voor je!’ riep Kim. Ze drukte op de knop van het doosje dat ze in haar handen hield. Voldoening vulde haar van binnen dankzij een goede daad. Zij zou nu de vergevende buurvrouw zijn. De huisvrouw die vriendschap belangrijker vond dan jaloezie. Zij zou weer de beste huisvrouw van de buurt zijn.
Terwijl de lampjes aan knipperden, keken de van Veentjes naar hun eigen huis. Kim keek hoopvol naar hun gezichten, maar hun monden vielen open en op hun gezichten stond een enge blik.
‘Mijn huis!’ blèrde Lorraine, terwijl Kim in afschuw toekeek hoe het huis van de van Veentjes niet verlicht was dankzij haar goede bedoelingen. Het doosje met de knop viel uit haar handen op straat neer, terwijl Kim besefte dat deze burenoorlog nog lang niet over zou zijn.
Het huis van Lorraine stond namelijk in brand.

















Vroeg, maar beter op tijd dan te laat. Alvast een fijne kerst gewenst!





 
;