Tuesday, September 18, 2012

Kort Verhaal - Dit kan ik wel, toch?

Wat ruik ik toch? Moeizaam open ik mijn ogen, ze zitten aan elkaar geplakt en mijn oogleden zijn dik. Ik wrijf over mijn gezicht om mezelf wakker te krijgen en voel dat mijn haren aan mijn gezicht kleven. Als ik mijn handen bekijk zie ik pas wat die stank heeft veroorzaakt. Kots.

Naast me ligt de rommel die ik in mijn slaap uit heb gespuugd. Onmiddellijk sta ik op en schrik wanneer ik een paar seconden neem om mijn omgeving in me op te nemen. Ik sta op een zandstrand voor de eindeloze zee. In mijn badpak. Alleen. Met kots.
Het laatste wat ik nog weet, is dat ik op een boot was met mijn vrienden Jacob en Pieter. We waren aan het feesten en ik heb een beetje gedronken. Nou ja, misschien wel veel.
Ik loop naar het water en was mezelf tot ik me weer schoon genoeg voel. Wat je schoon kunt noemen, in deze omgeving. Waar zou ik in hemels naam zijn? Ik kan me echt niet meer herinneren dat we ooit zijn aangemeerd.
Dan zie ik onze boot. Hij is helemaal aan diggelen.
Ik ren naar de boot. ‘Jacob! Pieter!’ Een uur blijf ik hun namen roepen, maar niemand reageert. Ze zijn er niet.
Met schrik besef ik dat niemand zal komen. Ik ben gestrand, in mijn eentje, op een onbewoond eiland.
Wat zou er met de jongens gebeurd zijn? Wat moet ik doen? Help!
Ik sla mezelf voor mijn gezicht om me bewust te maken van mijn eigen gejank. Ik kan er nu niets meer aan doen. Als dit echt een onbewoond eiland is, moet ik voor mezelf zorgen. Ik moet overleven. Dit kan ik wel, toch?
Voedsel, dat moet ik verzamelen. En onderdak, dat moet ik ook regelen. Waarom ben ik nooit bij de scouting gegaan? Ik stamp richting de eerste kokospalm die ik vind en zie er een paar mooie kokosnoten hangen.
Eerst probeer ik omhoog te klimmen, maar dat is geen succes. Telkens als ik bijna boven ben, glijd ik weer naar beneden. Ik bedenk een andere aanpak. Ik haal een stevig stuk hout uit het bos verderop en sla ermee tegen de stam. Een paar kokosnoten vallen naar beneden. Eentje bovenop mijn voet.
‘Godverdomme!’ Ik kijk naar mijn teen, die ondertussen knalrood is geworden en nogal dik uitslaat. In ieder geval heb ik nu voedsel.
In het bos verzamel ik grote bladeren en takken, die overigens flink bedekt zijn met vogelpoep. Met een stokje peuter ik de smurrie van de bladeren af en teken ermee op de kokosnoot die mijn voet vermorzelde. Ik besluit die ene kokosnoot niet op te eten en noem hem Tom. Ik moet iemand hebben om tegen te praten en Tom Hanks heeft het ideale voorbeeld gegeven. Al kijkt Tom niet blij. De derrie is gaan lopen.
Met de takken probeer ik een fatsoenlijk hutje op te zetten. Het zweet breekt me uit, maar het geïmproviseerde stulpje valt constant uit elkaar. Soms lijkt het ook meer op een berg hooi waar een beest doorheen heeft gewroet. Ik pak de kokosnoot op. ‘Jij kon het wel beter, hè? Meneer Hanks.’
‘Alice, wat doe je?’
Van schrik laat ik Tom vallen. Ik draai mijn hoofd en staar recht in het gezicht van Jacob. Pieter komt achter hem staan.
‘Jullie leven nog!’ gil ik, maar als ik eens goed naar hen kijk, valt mijn mond open. Ze dragen Hawaï shirts en zonnebrillen. In hun handen houden ze een drankje.
‘Ik dacht dat jullie…’ stamel ik.
Pieter barst in lachen uit als hij naar mijn kokosnootvriend staart. ‘We hadden niet verwacht dat je zo gestoord zou eindigen.’
Ik wijs omstebeurt naar de boot en dan naar hen.
‘De boot? Ja, we hadden wat problemen. Hij is kapot, want we zijn tegen een rots aangevaren. Jij had jezelf toen al helemaal lam gezopen, dus we hebben je vanochtend hier gelaten, omdat je sliep en je was te zwaar om te dragen,’ legt Jacob uit.
‘We dachten dat je wel wat rust kon gebruiken, met je kater. Je weet wel; zon, zee en strand.’ Pieter grinnikt. Ik staar ongelovig naar de jongens.
‘Het komt goed,’ verzekert Jacob me. ‘We hebben het hotelpersoneel gevraagd of ze een reparatieploeg konden verzorgen en we blijven hier gedurende het weekend. Ze vonden het prima en we kregen ook gratis drankjes! Aardig, hè?’
Mijn neus begint te kriebelen. Aan de linkerkant van mijn lip ontstaat een zenuwtrekje.
Jacob doet zijn zonnebril naar beneden. ‘Dus, hoe was jouw ochtend?’

2 comments:

Anonymous said...

Whaha, ik vond het echt grappig om dat einde te lezen! Moet zeggen dat je in het begin vrij veel show don't tell gebruikt. Tot op het stukje dat Alice al een uur loopt te zoeken. Dan is het meer tell. Verder top verhaal! =)

Unknown said...

Dankjewel voor je compliment! :)

Post a Comment

 
;